thumbnail: null
thumbnail: null

Een oplossing voor BHV

Het etnisch conflict tussen Walen/verwaalsten en Vlamingen met één haal globaal oplossen is onmogelijk. De Vlaamse regering moet het daarom onderdeel per onderdeel afbreken. Ze moet daarbij de bekende Belgische oplossingen, die bijna altijd het probleem nog hebben verergerd, bij het vuil zetten en de vindingrijkheid aan de macht laten.

Hubert Spons - Tongeren

Als ze dat aandurft, kan om te beginnen in het meest acute strijdpunt, Brussel-Halle-Vilvoorde, een compromis gevonden worden dat ook in ruime mate de eisen van de “franstaligen” inwilligt. Ik geef één oplossing als voorbeeld. Maar natuurlijk kunnen er met wat hersenwerk vele andere uitgedacht worden.

1. Brussel-Halle-Vilvoorde wordt gesplitst in al zijn aspecten. De taalvoorrechten in de zes gemeenten van Vlaams-Brabant worden afgeschaft, zonder restantjes.

2. De Walen, verwaalsten en buitenlanders die in die omstandigheden niet in Vlaanderen willen blijven, krijgen de mogelijkheid met een aanmoedigingspremie en een kostenvergoeding uit te wijken naar Brussel of Wallonië.

3. Diegenen onder de genoemde emigranten die in Brussel werken maar er zich niet willen vestigen, en ook niet meer te midden van Vlamingen willen leven, wordt een bijkomende faciliteit aangeboden. Tussen Brussel en Wallonië, dus grotendeels op Vlaams grondgebied, wordt een corridor, een snelweg aangelegd die voorbehouden is voor verkeer tussen die twee punten (dus met af- of opritten die alleen toegankelijk zijn voor politie en hulpdiensten).

Ik denk dat in dit model de tegenstanders hun gading kunnen vinden.

De Vlamingen: BHV is gesplitst, de taalfaciliteiten zijn verdwenen.

De Walen en hun aanhangers: Brussel is uitgebreid, niet in territorium maar in aantal inwoners, dus belastingbetalers. Wie niet in een Vlaams Vlaanderen wil blijven, kan vertrekken naar twee bestemmingen naar keuze; zijn kosten worden vergoed; er is zelfs de mogelijkheid voorzien elk contact met Vlamingen te vermijden (punt 3).

Het geheel zou gezamenlijk kunnen gefinancierd worden door Vlaanderen, Wallonië en Brussel, gedeeltelijk zelfs uit de bestaande geldtransfers van Vlaanderen naar Wallonië.