Waarom moeten we stemmen?

Print
Waarom moeten we stemmen?

Waarom moeten we stemmen?

Waarom moeten we nog gaan stemmen? Men houdt toch geen rekening met onze stem. Het was gisteren ongetwijfeld de meest gestelde vraag op internetfora’s, in radioprogramma’s en tijdens tvdebatten met levend publiek. Vraag die de meesten meteen voor zichzelf beantwoordden: “Het heeft geen zin. Volgende keer blijf ik thuis. Ze luisteren toch niet.”
We begrijpen het. Zondag won de N-VA de verkiezingen ten koste van vooral het Vlaams Belang maar ook van de drie traditionele partijen CD&V, sp.a en Open Vld. De stembureaus waren amper gesloten en de eerste stemmen geteld, of de partijen namen al met elkaar contact op om afspraken te maken over nieuwe coalities. In nogal wat gevallen resulteerde dat in coalities zonder de N-VA. Veel kiezers en de N-VA-kiezers op de eerste plaats ervaren dat als onrechtvaardig. Er is immers niet alleen de verkiezingsuitslag op zich, er is ook de geest van de uitslag waarbij men rekening houdt met winst en verlies. Dat gebeurt onvoldoende.

Verkiezingsuitslagen zijn wat ze zijn. Partijen die samen een meerderheid van de stemmen halen, hebben een meerderheid en kunnen samen een coalitie vormen. Zelfs al is dat een meerderheid met amper één stem of één zetel, zelfs al is dat een meerderheid met alleen maar partijen die de verkiezingen verloren. Zo zit democratie nu eenmaal in elkaar. Men kan dus nooit zeggen dat een bepaalde meerderheid niet democratisch is.

Langs de andere kant zou het niet slecht zijn mochten de partijen ook rekening houden met de geest van de uitslag. Door partijen te belonen en andere te straffen, geven de kiezers een signaal. Zondag was dat signaal erg groot. Door dat signaal op te pikken, geven partijen aan dat ze het hebben begrepen.

Kan men de partijen daartoe verplichten? We denken van niet. Wat is er dan wel mogelijk? In principe zijn er twee mogelijkheden. De eerste is dat de partij die wint het initiatiefrecht heeft, een principe dat niet houdbaar is wanneer de winnende partij hoe dan ook nog altijd een kleine partij is. De meest voor de hand liggende oplossing is dat de grootste partij de dans opent en de winnende partij(en) betrekt in de onderhandelingen. Komt het tot een akkoord, des te beter. Lukt het niet, dan kan het ook zonder de winnaar(s). Dat zou er meteen ook voor zorgen dat er minder anti-coalities worden gevormd.

En om volledig te zijn nog dit. De N-VA klaagt dat er veel coalities tégen de N-VA worden gevormd. Juist. Maar ook de N-VA is niet vies van anti-coalities wanneer de partij er zelf bij is. Of het verhaal van de splinter en de balk.

Eric Donckier