Ontdekken

Print

Maanden gedragen en dan ontwaakt.

Teder geborgen, omringd.
Stapje voor stapje mogen ontdekken:
water, zon, bloemen en vuur.
“Kijk, sneeuw ... heel wit.”
Samen met vriendjes
in een steeds grotere wereld mogen wonen.
Samen met vrienden 'van alles' wagen.
Ook stil mogen worden rond een vuur.
“Er is ons zoveel gegeven, bemiddeld,
kijk, ontdek en leef.”
“We staan er niet alleen voor.”
Tederheid als een lieve taal mogen voelen
en ontdekken.
Betrokken willen leven,
niet afgesloten, vervreemd.
Daarom bondgenoten zoeken, begaan,
bekommerd om het goede leven.
Waar die verbondenheid mag groeien
en enthousiasme doet kiemen,
krijgt het stil geheim van ons bestaan
ook soms een goddelijke naam.