Jan Coene en Picanol

Graag had ik gereageerd op de recente ontwikkelingen rond de topman van

Patrick Garré - Merelbeke

Picanol, de Heer Jan Coene. Terecht klinkt er in de samenleving

verontwaardiging over de wijze waarop deze zakenman zich heeft verrijkt ten

koste van het bedrijf. Terwijl zijn werknemers moesten vechten voor een

minimale verhoging van de maaltijdcheques, vergaarde hij op enkele jaren

tijd de duizelingwekkende som van 22 miljoen euro. Maar de discussie beperkt

zich teveel tot het meer transparant maken van de lonen van topmanagers: ook

over de hoogte van deze salarissen kan men zich vragen stellen . De huidige

“captains of industry “ vinden één of twee miljoen euro (zo’n tachtig

miljoen oude Belgische franken) een redelijke verloning voor al wat zij

moeten presteren. Zij voelen zich zelfs onderbetaald in vergelijking met het

buitenland. Ik stel me dan ook de vraag op welke basis zulke bedragen te

rechtvaardigen zijn in de ogen van al diegenen die een gewoon loon verdienen

. Wat is de meerwaarde van zo’n topmanager in vergelijking met bijvoorbeeld

een verpleger of kinderverzorgster die elke dag het beste van zichzelf geeft

? En kun je, zoals onze Vlaamse Minister van Werk Frank Vandenbroucke

verklaart, aan mensen elke opslag weigeren terwijl een bepaalde toplaag aan

haar leden steeds hogere vergoedingen toekent? Misschien kunnen deze

bemerkingen onze politici, de vakbonden en werkgevers inspireren tijdens de

onderhandelingen over een nieuw interprofessioneel akkoord.