De Mysteries van de Holsteen, een relaas van sagen en verhalen over Zonhoven

Print
De Mysteries van de Holsteen, een relaas van sagen en verhalen over Zonhoven

De Mysteries van de Holsteen, een relaas van sagen en verhalen over Zonhoven

Halveweg

Zonhoven -

26. De Kapel Ten Eikenen (3)
“Precies in die tijd, ± 1530, is Dries van Wes van Fien aan het experimenteren met dode ratten en konijnen. Hij snijdt ze keer op keer open in een achterstalletje van de herberg “In de Holsteen” om de ingewanden en het gebeente, de bloedsomloop en het spijsverteringstelsel van dichtbij te bekijken en na te tekenen, te hertekenen en opnieuw te bekijken.

Deze snuisteraar is de latere Vlaamse arts, Andreas Vesalius, de Latijnse naam van Andries van Wesel. Hij is inderdaad geboren in Brussel en wordt daarom overal beschouwd als een Brabantse geleerde met Duitse roots, die wereldwijd bekend werd als anatoom. Nochtans, en dat is veel minder geweten, waren zijn ouders via zijn grootouders rechtstreeks afkomstig van Zonhoven. Andries van Wesel, afgeleid van Dries van Fien van Wes, was een goede vriend van Jang van Pie, de aanbidder van Sien, de nicht van Andries… Enfin, om kort te gaan, Andries deed verdoken experimenten op kadavers, bezeten als hij was door de anatomie van dieren en in extenso, het menselijk lichaam. Hij kreeg dan ook veel negatieve kritiek te verduren en diende stiekem zijn opzoekingen en studies verder te zetten. Gelukkig kon hij op de bewondering en bescherming van de vader van Sien rekenen, die het geweldig vond hoe Dries zich verdiepte in de studie van de anatomie. Naar het schijnt zou hij ook daar de gelegenheid gehad hebben de eerste lijken van mensen te analyseren.”
Grootva Tunke Stes pauzeerde even om op adem te komen, zocht koortachtig naar een pijp en tabak, vond er niet onmiddellijk en ging dan maar noodgedwongen verder, ook al was het hem aan te zien dat een pijpje, zowel soelaas als inspiratie zou gebracht hebben, hoewel hij geen van beiden nodig zou hebben, zoals zou blijken uit het vervolg van het geïnspireerd verhaal.
“Vesalius schaarde zich dan ook aan de zijde van Roe van Jang in zijn strijd voor de keuze van Stappart als nieuwe pastoor voor Zonhoven. Zo betoonde hij zijn dankbaarheid voor het begrip van Roe. Maar hij vond ook in E.H. Stappart een bondgenoot, die hem steunde in zijn inzichten en nieuwe visies m.b.t. het menselijk lichaam. Zo hielp deze hem te werken op de lichamen van terdoodveroordeelden, die hij tevoren berecht had. Samen met de doodgraver bezorgde hij bij nacht en ontij lijken aan Vesalius, die zo zijn thesis, een uitgebreide studie over de kennis van Rhaza, een Arabische geneesheer en anatoom: “Paraphrasis in nonum librum Rhazae medici arabis claris ad regem Almansorum de affectum singularum corporis partium curatione” kon vervolledigen. De abdis van Herckenrode was zo opgetogen toen zij vernam dat de beroemde Vesalius in Zonhoven verbleef en er ongestoord kon werken met de hulp van de E.H. Stappart dat haar hele houding hierdoor veranderde en zij verder geen bezwaar meer maakte omtrent zijn aanstelling als pastoor.
Toch moest Dries, alias Vesalius, weer onderduiken, op de vlucht voor zijn tegenstanders, en vertrok hij naar Italië. Daar schreef hij zijn bevindingen die hij in Zonhoven systematisch had opgesteld, in zijn levenswerk neer: “De Humani Corporis Fabrica”, over "De Fabriek van het menselijk lichaam”. Nadat dit werk afgerond was, kreeg Vesalius alweer veel kritiek over zich heen van de Galenus-aanhangers, een geleerde die hij fel bekritiseerde in zijn werk door een 200-tal fouten van hem aan te tonen. Hij staakte zijn carrière en werd in Spanje de lijfarts van Keizer Karel V en later, na zijn troonsafstand, ook van zijn zoon, Filips II. Vanwege zijn grote medische kennis was hij zeer geliefd bij de vorsten. Toen hij hier niet kon aarden, verhuisde Vesalius weer naar Italië, ditmaal naar Venetië. Wij weten uit geschriften dat Roe en zijn vrouw Fien, en Sien en haar intussen verloofde Jang, hem hier kwamen bezoeken op uitdrukkelijke vraag van Vesalius en dat zij o.a. in het Dogenpaleis logeerden, waar Vesalius een persoonlijke vriend aan huis was. Sien voederde elke dag samen met Jang de duiven op het San Marcoplein en zette zo een trend in, die tot op heden nog bestaat.
Maar op een dag, trof hem tijdens zijn werkzaamheden als praktiserend medicus, het noodlot. Toen hij had geconstateerd dat een van zijn patiënten, een Spaanse edelman was overleden, kreeg hij de toestemming om sectie te verrichten op de overledene. Maar bij het openen van het lichaam kwam Vesalius tot de schokkende conclusie dat het hart nog klopte. Hij werd door de familie aangeklaagd voor moord op de edelman, maar verkreeg vrijstelling van de doodstraf van de koning. Het verhaal gaat dat hij als straf op pelgrimstocht naar Jeruzalem moest gaan. Nadat hij in Palestina was geweest, strandde zijn schip op het Griekse eiland Zacynthus en leed hij vermoedelijk schipbreuk, waar hij zou overleden en begraven zijn. Maar zijn graf is nooit gevonden en hedendaagse bronnen tonen aan uit brieven van Vesalius met Jacopo Sannazaro, een Renaissancedichter uit Venetië, hoe hij terugkeerde van zijn pelgrimstocht naar het Heilig Land en een tijdje bij Jacopo verbleef, maar uiteindelijk terugkeerde naar Zonhoven om er in stilte verder te werken aan zijn studies van het menselijk lichaam. Hij hielp ook E.H. Stappart financieel verder met de bouw van de kapel Ten Eikenen, zodat Zonhoven eigenlijk rechtstreeks voor een deel zijn kapel te danken heeft aan Vesalius. Hij overleed er uiteindelijk ook na een zware pijnlijke ziekte. Maar ook hier werd zijn graf nooit teruggevonden.
(wordt vervolgd)


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio