Nog maar eens Spartacus

Print

Minister van Openbare Werken en Mobiliteit Hilde Crevits zegt vandaag in deze krant dat zij en de Vlaamse regering onverkort doorgaan met de realisatie van het Spartacusplan in onze provincie. Zij reageert daarmee op het advies van de Inspectie van Financiën.

We rekenen op minister Crevits.

De Inspectie van Financiën is kritisch voor het Spartacusplan, in het bijzonder voor de sneltram Hasselt-Maastricht in het kader van het Spartacusplan. Want, we herhalen het nog maar eens, het Spartacusplan is een globaal mobiliteitsplan voor de héle provincie Limburg.

De ruggengraat daarvan wordt gevormd door drie sneltramlijnen vanuit Hasselt naar Maastricht, Genk/Maasmechelen en Neerpelt met een beperkt aantal stopplaatsen. Die stopplaatsen vormen elk een knooppunt waarop de buslijnen aansluiten. Dat alles moet na realisatie zorgen voor meer, beter en sneller openbaar vervoer voor alle Limburgers.

Maar goed, we hadden het over het advies van de Inspectie van Financiën. Dat advies raakte pas nu bekend en het is kritisch. Maar dan moet men ook weten dat het advies dateert van 8 juli 2011 en dus van vóór de beslissing van vrijdag 23 september 2011 van de Vlaamse regering en dat bij die beslissing al rekening werd gehouden met de opmerkingen van de Inspectie van Financiën.

Het Spartacusplan, in het bijzonder de sneltramlijnen en het meest van al de verbinding Hasselt-Maastricht zijn omstreden in onze provincie. Dat heeft niet zozeer te maken met het project op zich, dan wel met politieke discussies tussen partijen. Het Spartacusplan was een idee van de toen veel te succesvolle Steve Stevaert en moest dus bestreden worden. De afrekening is nog bezig.

Er was een tijd, niet eens zo lang geleden, dat men in de andere Vlaamse provincies jaloers was op onze provincie. Omdat onze politici, over de partijgrenzen heen, steevast aan hetzelfde zeel trokken wanneer de belangen van Limburg in Brussel moesten verdedigd worden.

Dat resulteerde in Toekomstcontracten en Limburgplannen. Nu zijn we steeds vaker een verdeelde provincie, eigen profilering en partijbelang primeren op het Limburgs belang, de strijd wordt vooral rond mobiliteitsdossiers uitgevochten.

We hebben het dan uiteraard over het Spartacusplan, de Noord-Zuid en de IJzeren Rijn, projecten die van groot belang zijn voor de ontsluiting van onze provincie en de verdere ontwikkeling van Hasselt en Genk. Zonder de ontsluiting van onze provincie en zonder stedelijke ontwikkeling zal onze provincie niet meekunnen met de rest van Vlaanderen en de rest van de Euregio. Dat is de inzet van de discussie en niets anders.

Eric Donckier