Een kleine regering

Vandaag en morgen spreken de leden van CD&V, sp.a, Open Vld, PS, MR en cdH zich uit over al dan niet regeringsdeelname van hun partij. Het staat nu al vast dat het zesmaal “ja” wordt. Zondag in de vooravond komen formateur Elio Di Rupo en de zes partijvoorzitters opnieuw bijeen om afspraken te maken over de samenstelling van de nieuwe regering

HBvL.be Het Belang van Limburg

Een van de vragen die daarbij een antwoord moet krijgen is de vraag of het een regering met 14 dan wel 15 ministers wordt. 14 ministers betekent 7 Vlamingen en 7 Franstaligen onder wie eerste minister Elio Di Rupo. 15 betekent 7 Vlamingen en 7 Franstaligen plus premier Di Rupo. Overigens, de premier wordt altijd verondersteld om taalneutraal te zijn.

De reden voor deze vraag is dat de nieuwe regering-Di Rupo géén Vlaamse meerderheid zal hebben.

Toen Herman De Croo aan het einde van de tweede paarse regering- Verhofstadt hardop speculeerde over een derde paarse regering- Verhofstadt die eventueel geen Vlaamse meerderheid zou hebben, sneerde Herman Van Rompuy dat de maskers waren afgevallen, dat Open Vld zo nodig bereid was om voor het eerst een regering te vormen zonder Vlaamse meerderheid om zo de CD&V in de oppositie te kunnen houden.

Kort daarna vormde Guy Verhofstadt inderdaad een regering zonder Vlaamse meerderheid, maar wel mét de CD&V en zonder de sp.a.

Dat was geen probleem. Straks krijgen we opnieuw een regering zonder Vlaamse meerderheid, met CD&V en Open Vld en sp.a maar zonder N-VA, de grootste Vlaamse partij. Het blijft onbetamelijk. Al blijft het uiteraard de vraag waarom de N-VA niet meedoet. Omdat de N-VA het zelf niet wilde en daarom maar “neen” zei op de nota-Di Rupo? Of omdat Di Rupo lang genoeg wachtte tot ze bij de N-VA hun koelbloedigheid verloren?

Ieder zijn antwoord.

Een andere vraag is of er al dan niet staatssecretarissen moeten komen. Wij dachten van niet.

Een argument hiervoor is dat wanneer de regering aan iedereen inspanningen vraagt om de overheidsfinanciën te saneren en onze economie te versterken, ze best zelf het goede voorbeeld geeft door te besparen op het aantal excellenties. Geen staatssecretarissen betekent immers ook geen kabinetten. Dat scheelt een slok op de borrel. Een tweede argument is dat wanneer men de regeringsploeg beperkt, men de bevoegdheden niet hoeft te versnipperen.

Dat werkt sneller. En indien de nieuwe regering aan iets behoefte zal hebben, dan is het aan snelheid, gezien ze nog maar twee en een half jaar heeft.

Eric DONCKIER