Pelsdierhouderij

De manier waarop mensen van dieren gebruik maken roept de laatste jaren discussies op, die aanleiding geven tot regelgeving. De pelsdierhouderij leidt tot zeer uiteenlopende reacties. De discussie rond de "ethische bezwaren" van Minister Demotte draait rond twee elementen.

Mark Wajsberg - Hasselt

Ten eerste de vraag in hoeverre zogenaamd ethische bezwaren die niet verwijzen naar het welzijn van dieren een aanvaardbare grondslag vormen voor een reglementering of zelfs een verbod. Ten tweede in hoeverre bepaalde doelen en belangen van mensen terzijde kunnen geschoven worden, hetzij door welzijnsoverwegingen, hetzij door ethische bezwaren van een gans andere aard. Als het houden van bijvoorbeeld nertsen ooit verboden zou worden, dan zou meteen de principiële vraag aan de orde komen of het fokken van vleeskippen en de daaraan verbonden vernietiging van miljoenen kuikens, of het houden van varkens in de bio-industrie voor zo goedkoop mogelijk vlees, wel een zodanig groot moreel gewicht en belang in de schaal legt, dat het gerechtvaardigd is om de onmiskenbaar met deze praktijk gepaard gaande nadelen voor dieren, en morele bezwaren, te rechtvaardigen. Tot nu toe richtten wetten rond dierenwelzijn zich in de eerste plaats op de beoordeling van het welzijn van (productie)dieren en niet op een afweging van het productiedoel. Het is onbetwistbaar dat het risico bestaat dat het inbrengen van een nieuw criterium als “ethische bezwaren” tot zuivere willekeur leidt. Daarom is het noodzakelijk objectieve wetenschappelijke criteria te hanteren die (de aantasting van) het dierenwelzijn afwegen tegen het doel van de productie. Wie zonder meer concludeert dat de pelsdierhouderij op ethische gronden moet verboden worden, doet aan intellectuele salto’s. En die horen thuis in het circus of de turnles, niet bij de wetgevende of uitvoerende macht. Als sector hebben we het recht te verwachten, te eisen zelfs, dat de machthebbers in dit land geen overhaaste, lichtvaardige en politiek willekeurige beslissingen nemen.