Jeugdfuiven

De burgemeester van Koksijde liet zijn politiemannen het afgelopen weekend maar liefst 120 tieners jonger dan 16, de toegang weigeren tot een fuif georganiseerd door laatstejaarsleerlingen van een Veurnese middelbare school. Hij doet dat op grond van de wet van 1960, over de zedelijke bescherming van de jeugd. Deze wet verbiedt de aanwezigheid in danszalen en drankgelegenheden voor onvergezelde min–16-jarigen. Maar diezelfde wet bepaalt ook duidelijk dat ze niet van toepassing is op fuiven die geen winstgevend doel hebben.

De Limburgse raad voor het jeugdbeleid - Hasselt

En dit is een onderscheid dat sommige parketten blijkbaar niet willen maken. Het parket van Veurne gaat ervan uit dat iedere fuif sowieso gegeven wordt met het oog op winst. Op die manier ontken je dat fuiven ook een onderdeel kan zijn van de werking van de jeugdvereniging. Bovendien spelen de verenigingen in op behoeften van de jongeren, want fuiven is één van de belangrijkste vrijetijdsbestedingen van jongeren tussen 13 en 15 jaar. Dit toont een recent onderzoek naar fuiven (N. Vettenburg, K.U.Leuven, 2002) in opdracht van de Vlaams Minister Van Grembergen aan. Deze leeftijdsgroep heeft weinig andere plaatsen waar ze gewoon even zichzelf kunnen zijn, dansen op hun lievelingsmuziek en nieuwe vrienden kunnen maken zonder dat hun ouders hun op de vingers kijken. Uit het onderzoek blijkt trouwens ook dat 60% van de 13-jarigen reeds mag uitgaan.

Jongeren worden meer en meer stiefmoederlijk behandeld in de samenleving, enkel negatieve berichtgeving haalt het nieuws. Min-16-jarigen gaan in Vlaanderen al decennia lang fuiven in het weekend en nog nooit heeft iemand daar een probleem in gezien. Uit het onderzoek van N. Vettenburg blijkt ook dat probleemgedrag op fuiven zich beperkt tot enkelingen. Het zou dus absoluut ongewenst –en zelfs onwettig (zie uitspraak Raad van State 8/10/’92) - zijn om op basis van enkele wantoestanden een hele generatie jongeren de toegang tot fuiven te verbieden.

We willen graag een betere communicatie tussen politie, gemeentebestuur en de organisatoren van fuiven om op die manier een veilige fuifomgeving te creëren, want in een aantal gemeenten worden fuiforganisatoren nog steeds stiefmoederlijk behandeld en steevast geassocieerd met overlast. Zo is er een schrijnend tekort aan fuifzalen en is het reglement vaak onnodig streng.

Tenslotte vinden we dat de meeste ouders hun verantwoordelijkheid wel degelijk opnemen. Ouders kunnen inschatten wanneer hun kind volwassen genoeg is om op een verstandige manier te fuiven, sommige kunnen dit reeds op 12, anderen nog steeds niet op 18.

De Limburgse Raad voor het Jeugdbeleid wil dus benadrukken dat fuiven moet blijven kunnen voor min-16-jarigen en steunt de actie dat best elke gemeente een éénloketsysteem inricht voor organisatoren van feesten en fuiven.