Archiefbeeld. ©  Mia Uydens

Vrouw ontslagen na bevallingsverlof: werkgever veroordeeld voor pesterijen op grond van geslacht

De Waals-Brabantse arbeidsbank heeft een werkgever veroordeeld wegens pesterijen op grond van geslacht. Dat heeft het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) woensdag bekendgemaakt. Zo’n veroordeling is uitzonderlijk, aangezien rechtbanken zich door een gebrek aan bewijs zelden uitspreken over dit soort discriminatie.

wverBron: BELGA

Het slachtoffer, D., was na haar bevallingsverlof in maart 2016 teruggekeerd naar haar werkgever, waar ze al sinds 2008 in dienst was. Tijdens haar afwezigheid had ze een nieuwe leidinggevende gekregen, met wie al snel spanningen ontstonden. D., de enige vrouw in haar functie, maakte melding van vijandig gedrag: haar leidinggevende erkende haar competenties niet, was controlerend en gaf haar negatieve evaluaties, ondanks het feit dat ze haar doelstellingen bereikte. 

De vrouw vroeg daarom in maart 2019 de tussenkomst van preventieadviseur wegens pesterijen. Tijdens het onderzoek bevestigden verschillende getuigen de macho- en zelfs vrouwonvriendelijke houding van de leidinggevende tegenover D., de seksistische sfeer op de werkvloer en de bijhorende moeilijkheid om er als vrouw te werken. In diezelfde maand werd de vrouw ontslagen, officieel “omdat haar functie verdween”. Ze besloot daarom haar werkgever voor de rechter te dragen en deed een beroep op het IGVM, dat vrijwillig tussenbeide kwam om het discriminerende karakter van de pesterijen te laten erkennen. 

Schadevergoeding

Op 10 februari 2022 oordeelde de arbeidsrechtbank dat D. het slachtoffer was van pesterijen op grond van geslacht. De rechtbank was ook van mening dat de vrouw ontslagen werd als represaille voor haar klacht. Ten slotte wees de rechtbank op het gebrek aan reactie van de bedrijfsleiding, die niet had aangetoond dat zij passende maatregelen had genomen om het gedrag van de leidinggevende te doen stoppen. De werkgever werd veroordeeld tot de betaling van een schadevergoeding die overeenkomt met 6 maanden brutoloon aan D. en een symbolische euro aan het IGVM.

“Het komt nog steeds uiterst zelden voor dat een rechtbank zich over dit soort zaken uitspreekt, met name door een gebrek aan bewijs”, aldus Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het IGVM. “Maar ook, en dat blijkt uit een groot aantal studies, omdat seksisme en misogynie erg aanvaard blijft in onze bedrijfscultuur. Het is hoopgevend dat deze dame aan de alarmbel heeft durven trekken, dat ook haar collega’s de problematiek erkenden en de rechtbank deze veroordeling heeft kunnen uitspreken.”

Aangeboden door onze partners