©  put

Slachtoffers van aanslagen 22 maart vragen nog steeds publiek fonds voor schadevergoeding

Vertegenwoordigers van de slachtoffers van de terreuraanslagen van 22 maart 2016 hebben woensdag in de Kamercommissie Justitie herhaald dat er een publiek fonds moet komen voor de schadevergoeding van de slachtoffers, zoals dat sinds 1986 in Frankrijk bestaat.

Bron: BELGA

Enkele weken voor de start van het proces naar de aanslagen, organiseert de commissie hoorzittingen naar de opvolging van de aanbevelingen uit de onderzoekscommissie die werd opgericht na die aanslagen op de luchthaven van Zaventem en in metrostation Maalbeek. Een van de aanbevelingen was de oprichting van een fonds voor de schadevergoeding van slachtoffers. Ze kwam tot stand na pakkende getuigenissen van slachtoffers die zich in de steek gelaten voelden.

Het is intussen nog steeds wachten op zo’n fonds. De vorige regering had een mechanisme in gedachten dat nog steeds een beroep zou doen op verzekeringsmaatschappijen, met plafonds, maar dat zou toelaten alle slachtoffers te vergoeden, ongeacht de plaats van de aanslag of de modus operandi. De ontwerptekst kreeg toen forse kritiek van de commissie en van één van haar experten. Door de val van de regering-Michel kwam het nooit tot een stemming over de tekst.

De huidige regering kwam in juni met een nieuw ontwerp, dat nog steeds op de verzekeringsmaatschappijen steunt. Daarin is sprake van een hybride systeem, waarin zowel de verzekeraars als de overheid een rol spelen. Het wetsontwerp verzekert dat elk slachtoffers dat in België verblijft, volledig wordt gedekt.

Beperking voor wie niet in België verblijft

“De antwoorden zijn tot op vandaag naast de kwestie”, verklaarde advocaat Nicolas Estienne in naam van vereniging V-Europa. “Er moet dringend een fundamentele regel in ons recht worden opgenomen: elk slachtoffer van een terreurdaad, ongeacht de nationaliteit of verblijfplaats, moet volledig vergoed kunnen worden voor de fysieke en psychologische schade door een fonds dat door de Belgische staat wordt beheerd.” 

Voor de slachtoffers is het essentieel dat de staat op de eerste plaats komt om de schade te vergoeden, want terrorisme is een aanslag tegen de staat, ging Estienne voort. “Ik verdedig dagelijks slachtoffers en ik zit tegenover verzekeringsmaatschappijen en hun adviserende artsen, van wie het enige doel is zo weinig mogelijk te betalen. Ik zeg niet dat je meer moet betalen voor slachtoffers van aanslagen, maar je moet correct en humaan betalen.”

Vereniging Life4Brussels is verbaasd dat er een beperking is ingeschreven voor slachtoffers die niet in België verblijven. “Dat is een stap achteruit”, zei advocate Valérie Gérard. “In verschillende debatten werd eraan herinnerd dat buitenlandse slachtoffers die niet in België wonen, niet zouden worden uitgesloten van hulp.”

Ongeacht de formule, België moet een systeem invoeren dat de slachtoffers van terrorisme dekt, wat de omstandigheden ook zijn. De verzekeringen hebben een rol kunnen spelen in Zaventem en Maalbeek dankzij specifieke wetten, die niet gericht waren op zo’n gebeurtenis. “Indien we te maken krijgen met een aanslag zoals in de Bataclan met kalashnikovs, zouden de slachtoffers vandaag niet worden vergoed door een verzekeringsmaatschappij. Ze zouden enkel recht hebben op financiële hulp van het Fonds voor steun aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, met daarbovenop eventueel een klein compensatiepensioen van de staat”, waarschuwde Estienne.

Lees meer over de aanslagen in Brussel