Levenslang voor Salah Abdeslam voor aandeel in aanslagen in Parijs, ook Mohamed Abrini krijgt maximumstraf

Op het proces rond de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 zijn Salah Abdeslam, de enige overlevende van het commando, en Mohamed Abrini veroordeeld tot een levenslange celstraf. Ook de andere verdachten kregen lange gevangenisstraffen opgelegd. De assisenvoorzitter noemde Abdeslam een “mededader” van de aanslagen en geloofde niet dat hij zijn bommengordel niet gebruikt had uit naastenliefde.

Guy Stevens

Na een tien maanden durend proces rond de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs had het openbaar ministerie tegen de twintig verdachten straffen van vijf jaar tot levenslang geëist. Voor Salah Abdeslam (32), de enige overlevende van de het commando van terreurgroep Islamitische Staat (IS) dat op 13 november 2015 in Parijs en Saint-Denis 130 mensen doodde en honderden slachtoffers maakte, en Mohamed Abrini, de ‘man met het hoedje’, werd een levenslange celstraf geëist.

De assisenvoorzitter legde die gevraagde straffen woensdagavond op. Abdeslam moet de rest van zijn leven naar de gevangenis en mag nooit vrijkomen. De voorzitter noemde hem “mededader” van de aanslagen in Parijs. “Medeplichtig aan moorden, moordpogingen, ontvoering, poging tot moord op personen met openbaar gezag, allemaal in een georganiseerde bende”, klonk het. De versie die Salah Abdeslam tijdens het proces naar voren bracht, dat hij zelf bewust had nagelaten om zijn bommengordel tot ontploffing te brengen, werd niet geloofd door de rechtbank.

Abrini kreeg ook levenslang en mag ten vroegste na 22 jaar vrijkomen. De voorzitter zei dat hij een “primordiale rol” speelde bij de aanslagen. Hetzelfde geldt voor Mohammed Bakkali. Die moet 30 jaar naar de gevangenis, net als Osama Krayem en Sofien Ayari.

Alleen Farid Kharkhach werd niet over de hele lijn schuldig bevonden. Hij speelde volgens het hof een beduidend kleine rol bij de aanslagen.

Laatste woorden

In zijn laatste woorden op het proces maandag had Abdeslam het woord nog genomen. “Ik heb fouten gemaakt, dat is waar, maar ik ben geen moordenaar”, zei hij toen. “Ik ben niet iemand die mensen doodt, en als u me veroordeelt voor moord, zou dat onrechtvaardig zijn.”

“De publieke opinie denkt dat ik op de terrassen aanwezig was om mensen neer te schieten of dat ik in de Bataclan was. U weet dat de waarheid net het tegenovergestelde is”, klonk het verder. “Ik heb de slachtoffers mijn excuses aangeboden, maar sommigen zullen blijven zeggen dat dit onoprecht is, of een strategie.” Abdeslam verklaarde eerder tijdens het proces dat hij uit “menselijkheid” had afgezien om zijn bommengordel te laten ontploffen.

Behalve Abdeslam kregen ook de dertien andere aanwezige verdachten het laatste woord. Zij betuigden hun spijt en hun deelneming aan de overlevenden en familieleden van de slachtoffers. “Ik vertrouw op gerechtigheid, ik verwacht veel van het vonnis”, aldus verschillende beklaagden. De zes andere beklaagden, van wie er vijf vermoedelijk overleden zijn, worden bij verstek berecht.

    Meer over Aanslagen Parijs

    Aangeboden door onze partners