Themabeeld 

Themabeeld ©  VUM

Rekenhof ziet tekorten in Vlaamse hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Het Rekenhof heeft kritiek op de manier waarop Vlaanderen de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden organiseert. Het beloofde individuele plan op maat van de gedetineerde ontbreekt nog steeds, er zijn hiaten in de hulpverlening en veel hulptrajecten worden vroegtijdig afgebroken. Meer zelfs, de aangeboden hulp- en dienstverlening lijkt ook niet te leiden tot meer tewerkstelling na de vrijlating of tot minder wederopsluiting. Zo staat te lezen in een rapport van het Rekenhof.

jvhBron: BELGA

Het Rekenhof heeft de Vlaamse hulp- en dienstverlening aan gedetineerden onder de loep genomen, meer bepaald de manier waarop gedetineerden hulp en ondersteuning krijgen op het vlak van werk, onderwijs, welzijn en gezondheid. Die hulp en onderteuning wordt door tal van externe organisaties in de gevangenis gebracht. Maar er ontbreekt volgens het Rekenhof “een element van sturing”. Er is ook nog geen sprake van een plan op maat van elke gedetineerde, hoewel dat acht jaar geleden al is aangekondigd.

Verder blijkt dat het aanbod sterk varieert tussen de gevangenissen, afhankelijk van het gevangenisregime, de deelpopulaties, de infrastructuur, enz... Maar soms ontbreekt er ook gewoon aan een noodzakelijk aanbod door “het gebrek aan digitalisering in de gevangenissen en de vaak verouderde infrastructuur”. Het Rekenhof ziet twee “grote hiaten”, meer bepaald de gebrekkige drughulpverlening en de samenwerking met de OCMW’s in de periode rond de vrijlating.

Een ander heikel punt is het gebrek aan continuïteit in de hulpverlening. De uitvalcijfers zijn namelijk hoog. De meerderheid van de trajecten bij een CAW (Centrum voor Algemeen Welzijnswerk) of CGG (Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg) wordt vroegtijdig afgebroken. Een belangrijk knelpunt is dat de hulp- en dienstverleners niet altijd (tijdig) op de hoogte worden gebracht van een nakende transfer van een gedetineerde naar een andere gevangenis. 

Nog opvallend: op basis van een onderzoek bij meer dan 4.000 gedetineerden concludeert het Rekenhof dat de aangeboden hulp- en dienstverlening niet leidt tot meer tewerkstelling na de vrijlating of tot minder wederopsluiting. Het Rekenhof voegt er wel meteen aan toe dat het element zelfselectie een rol kan spelen. Er is namelijk een specifieke groep van gedetineerden die een beroep doet op de VDAB-begeleiding. Het gaat dan vooral om gedetineerden met een zwaarder detentieverleden die doorgaans moeilijker een job vinden en sneller recidiveren. Het Rekenhof dringt daarom aan op een “completer effectenonderzoek”. 

De Vlaamse ministers Hilde Crevits (Welzijn), Ben Weyts (Onderwijs), Zuhal Demir (Justitie) en Jo Brouns (Werk) zeggen in een reactie dat het Rekenhof zich baseert op verouderde gegevens. Het focust bovendien zeer sterk op de zogenoemde onvoldoende regie en centrale ondersteuning van de Vlaamse hulp- en dienstverlening, vinden de ministers. Tot slot zijn ze van oordeel dat het effectonderzoek is gebaseerd op te beperkte data en variabelen om solide conclusies te kunnen trekken over het verband tussen oorzaak en gevolg van gedrag.

Meer over Justitie

Aangeboden door onze partners