©  ISOPIX

FILM. Eindelijk een biopic waar Elvis Presley trots op zou zijn geweest

Bijna 45 jaar na zijn dood krijgt poplegende Elvis Presley dan toch een film waar hij zelf trots op zou zijn geweest. Elvis is een denderend muziekspektakel dat een massa nieuwe fans zal aantrekken.

Chris Craps

Elvis Presley (1935-1977) was naast een (fenomenale) performer ook een acteur. Maar in de cinemawereld liet hij weinig memorabele sporen na. De western Flaming Star en de documentaire Elvis on Tour zijn het minst beschamende van wat zijn filmografie te bieden heeft. Zijn vertolkers na zijn overlijden brachten het er niet beter vanaf. John Carpenter leidde Kurt Russell eind jaren zeventig op het podium in een saaie film en de miniserie met Jonathan Rhys Meyers uit 2005 ging de vergetelheid in.

Gelukkig voelde Australiër Baz Luhrmann (Moulin Rouge, The Great Gatsby) zich geroepen om in zijn flamboyante en hyperkinetische stijl het leven van ‘the Pelvis’ in een muziekspektakel om te toveren. Luhrmann toont in Elvis weinig interesse in een accurate schets van de persoonlijkheid van de popster. Zo laat hij de ronduit naïeve houding van Presley tegenover de Amerikaanse politiek links liggen. Waar Luhrmann het wel over heeft, is de relatie tussen show en showbusiness. Elvis wordt door acteur Austin Butler (Once Upon a Time in… Hollywood) opgevoerd als een briljante artiest die met zijn provocerende heupwiegende dansen de menigte in extase brengt. En je gelooft hem ook; zo goed is Butler. Maar de mens achter Elvis is hier meer een mythisch personage en een symbolisch slachtoffer van de showbusiness. Niet toevallig gebruikt Luhrmann de structuur van Amadeus van Peter Shaffer en Milos Forman als model om Elvis te vertellen.

 

 ©  ISOPIX

Bloedzuiger

Zoals antagonist Salieri in Amadeus het verhaal van Mozart vertelt, zo deelt Colonel Tom Parker (Tom Hanks) hier het verhaal van Elvis. En net zoals Salieri Mozart de dood injaagt, doet Parker dat met zijn ontdekking. Parker had in tegenstelling tot Salieri echter geen last van frustratie. Hij was een oplichter van Nederlandse origine die wel het talent had om het geniale van Elvis’ kunnen op te merken, maar hem uiteindelijk gebruikte als commercieel product. Heel sprekend is de scène waarin hij een nukkige Elvis tracht te dwingen om een kerstmispull te dragen en flauwe kerstsongs te kwelen om de sponsors tevreden te stellen.

Tom Hanks als Colonel Tom Parker. 

Tom Hanks als Colonel Tom Parker. ©  ISOPIX

Dat deze bloedzuiger in zijn opzet slaagde, verklaart de regisseur door een psychologische kortsluiting. Elvis had een zeer dominante moeder en een zwakke vader. Toen zijn moeder stierf, kwam er plaats vrij voor Parker, een zeer dominante surrogaatvader die zelfs de biologische vader voor zijn kar spande. Elvis was in het echte leven waarschijnlijk minder weerloos als in deze film en Luhrmann heeft het amper over de zogenoemde Memphis Maffia, de entourage die de ster op zijn wenken bediende en hem van drugs voorzag. Maar in een zeer gefictionaliseerde vertelling als Elvis, die vooral een modern sprookje wil brengen, is dat van weinig belang. Het enige waar je over kan struikelen, is de casting van Hanks. De Forrest Gump-ster lijkt met zijn fat suit en zijn bizar (Nederlands?) accent meer op een animatiefiguur dan een mens. Maar goed, je neemt Hanks-op-zijn-vreemds er wel bij, want Elvis is zo’n enorm genietbaar spektakel dat je hem onmiddellijk terug wil zien.

 

 ©  ISOPIX

‘Elvis’ speelt vanaf 22 juni in de meeste bioscopen.

Meer over Filmrecensies

Aangeboden door onze partners