Stadsbioloog Frederik Thoelen. 

Stadsbioloog Frederik Thoelen. ©  Luc Daelemans

Op pad met de stadsbioloog: “’s Nachts lopen er marters op de markt van Hasselt”

Hasselt -

Frederik Thoelen is de eerste stadsbioloog van het land. Goesting trok met hem op pad door de Hasseltse straten, speurend naar fauna.

Christof Rutten

Een vos die de metro in Londen pakt. Een bever die een wandeling maakt door Brugge. Everzwijnen die een hap komen eten in de tuinwijken van Genk… Je leest almaar meer berichten over hoe dieren hun weg vinden naar de stad. Het is soms een kwestie van ietsje meer op te letten dan normaal, en je kan al allerlei dieren ontdekken.

Iets spectaculair zien? Héél vroeg opstaan (of laat op stap)

“Ik heb steenmarters op de Grote Markt zien rondlopen”, zegt Frederik Thoelen, in het dagelijks leven ook nog altijd bioloog van het Natuurhulpcentrum. “Een plek waar je nochtans niet snel wildlife verwacht. Alleen zul je dat niet overdag meemaken. Daarvoor moet de stad leeg zijn, en dus moet je ’s nachts op pad.”

Steenmarter. 

Steenmarter. ©  CACKO

Zelf zagen we al eens een steenmarter uit een keldergat van het huis van de gouverneur glippen, en een joekel van een beest in onze straat rondlopen. “Een wolf in Hasselt hebben we ook al gehad. Maar die werd op 2 januari dood aangetroffen in het Albertkanaal in Kuringen toen hij wellicht niet meer uit het water geraakte.”

En als het druk is?

Wij gaan bewust met Thoelen op pad als het erg druk is in de stad. Op een voormiddag tijdens de markt. Kan je dan ook iets zien?

Houtduif. 

Houtduif. ©  luc daelemans

Thoelen wijst al meteen naar de bomen naast de drukke bushalte aan het Dusartplein waar een houtduif met takjes op en af vliegt. Het duurt niet lang of we vinden drie nesten in evenveel bomen. Later op onze tocht treffen we nog een broedend koppel aan in het tuintje aan ‘t Scheep op amper één meter van het voetpad.

Slechtvalk. 

Slechtvalk. ©  if

Qua vogels valt er best veel te zien: Turkse tortel, kauw, ekster, kraai, mezen, roodborst, merel... In de tuin van het Begijnhof horen we een zwarte roodstaart zingen met zijn typische schurende geluid. “Alsof je inpakpapier tegen elkaar wrijft. De roodstaart is een rotsvogel die zich perfect heeft aangepast aan het leven in de stad.” Het vogeltje zit meestal op een uitkijkpunt, midden op de nok van een dak bijvoorbeeld. Ook een slechtvalk is van oorsprong een rotsvogel. “Hij wordt regelmatig aan het oude gerechtsgebouw en aan de kathedraal al jagend gesignaleerd. Het snelste dier op aarde. In duikvlucht op weg naar zijn prooi, haalt hij snelheden hoger dan 200 kilometer per uur.”

Bosuil. 

Bosuil. ©  rr

In de tuin horen we een heggenmus en vink hun liedjes zingen. “En aan de sluis op het kanaal is er een plek waar ’s avonds veel meeuwen samenkomen. Soms zie je ze overvliegen, zilvermeeuw en kokmeeuw - herkenbaar aan zijn zwarte kop. En in het Kapermolenpark heb ik al de Bosuil horen roepen.”

Een apart hoofdstuk waard: de gierzwaluw

Hét geluid van de zomer in de stad? Ongetwijfeld de schrille kreten van de gierzwaluw. Een prachtig beest (in feite geen zwaluw): een sikkelvormig silhouet dat als een mes door de lucht klieft. “Gierzwaluwen doen alles al vliegend. Als ze slapen, schakelen ze één kant van hun hersenen uit terwijl de andere kant actief blijft. Zo vermijden ze dat ze ergens tegenaan vliegen. Ze zetten alleen voet aan de grond om hun jongeren voederen. In de Dokter Willemsstraat hingen al een aantal nestkasten. Aan de overkant van de straat hebben we er nog een aantal nieuwe geïnstalleerd.”

Gierzwaluw 

Gierzwaluw ©   rr

 

 ©  Vogelbescherming Vlaanderen

Wat kan u zelf doen?

Veel met weinig. “Als je een stad vanbovenuit bekijkt, is het ideale scenario dat er grotere stukken groen zijn die verbonden zijn met elkaar via corridors. Door zelf planten te zetten - één stoeptegel verwijderen is al genoeg om een klimplant te zetten - help je al groene plekjes met elkaar te verbinden. Kies voor inheemse bloemen, en maai niet altijd alles. Als stadsbioloog probeer ik mensen de boodschap mee te geven dat als er ergens niet gemaaid wordt, dat niet uit luiheid is maar om dieren een kans te geven. Mensen beginnen dat meer en meer te begrijpen.”

Larve van lieveheersbeestje. 

Larve van lieveheersbeestje. ©  luc daelemans

Een bijtje aan ’t Scheep.  

Een bijtje aan ’t Scheep.  ©  luc daelemans

Op ons pad treffen we een mierennest aan onder een bloembak, zien we tal van pissebedden en spinnen - oké geen insect, maar toch - verborgen in kleine hoekjes. In een perkje rond een boom staan wat klaprozen: voldoende om hommels en bijen aan te treffen. En in een bak met viooltjes waar we niet veel verwachten, zien we larven zitten van het lieveheersbeestje. “Insecten zijn de basis. Als het slecht gaat met insecten, gaat het ook slecht met andere dieren. Wat stenen op elkaar stapelen of takken bij elkaar laten leggen is al voldoende om insecten te lokken. Als het maar wat rommelig is.”

Watervleermuis. 

Watervleermuis. ©  Hugo Willocx

Meer insecten is ook goed voor vleermuizen. “In het Kapermolenpark hebben we een vleermuiskelder gebouwd, goed voor de dwergvleermuis en andere soorten. Er is water in de buurt, dus hopen we ook om op termijn om de watervleermuis te lokken.”

Aangeboden door onze partners

Immo

Jobs in de regio