Max Verstappen. 

Max Verstappen. ©  EPA-EFE

Max Verstappen is tegen een maximumloon: “Wij zijn degenen die hun leven riskeren”

Geen verrassing: de F1-rijders keren zich tegen het idee om hun salarissen te plafonneren. “Totaal fout”, zegt Max Verstappen. “Misschien stellen we beter een limiet aan de winsten van de teams”, werpt Sebastian Vettel op. Een sneer naar Mercedesbaas Toto Wolff, de grote pleitbezorger van het plan.

Marc Cornelissen

LEES OOK. Sebastian Vettel is coverster van gay-magazine: “De F1 is klaar voor een homo”

Niemand levert graag loon in, ook F1-miljonairs niet. Toch ligt dat plan op tafel. Wat zit daarachter? Vorig jaar werden de budgetten in de F1 al gelimiteerd: dit seizoen mag elk team maximaal 140 miljoen dollar uitgeven. Maar de salarissen van de rijders vallen niet onder die beperking. Naast die ‘budget cap’ klinkt nu steeds luider de roep om ook de weddes van de piloten te beknotten, een zogenaamde salary cap. Het meest geciteerde bedrag is 30 miljoen dollar voor de twee rijders van een team samen. Ter vergelijking: Max Verstappen gaat vanaf volgend jaar tot en met 2028 in zijn eentje 48 miljoen euro per jaar verdienen. Lewis Hamilton vangt ongeveer evenveel.

Het zal dan ook niet verbazen dat Verstappen geen voorstander is van dat maximumloon. “Ik vind het helemaal verkeerd”, zei hij in Bakoe. “De F1 wordt alsmaar populairder en iedereen verdient alsmaar meer geld, ook de teams en de FOM (de Amerikaanse rechtenhouder, nvdr). Waarom zouden de rijders dan minder moeten verdienen? Net zij die de show maken en daarbij hun leven riskeren. Want dat doen we, uiteindelijk.”

LEES OOK. Manager van Verstappen wil niet weten van salarisplafond: “Totale idioterie”

Een ander argument dat Verstappen aanhaalde, is dat de doorstroming van jong talent daarmee in het gedrang komt. De weg naar de F1 is erg duur en jonge rijders hebben dikwijls de steun nodig van investeerders, die pas winst maken als hun piloot in de F1 terechtkomt en daar goed geld gaat verdienen. Door de salarissen in de F1 te beknotten, komt dat investeringsmodel op de helling te staan. Verstappen: “Bekijk eens hoeveel jongens in de juniorklassen een sponsor of mecenas hebben die later een percentage gaat krijgen op zijn F1-salaris. Als die return op hun investering wegvalt, gaan de sponsors afhaken. Een salary cap zou de opstapklassen pijn doen. Ik denk niet dat we dat willen.”

De andere F1-rijders sloten zich bij de wereldkampioen aan. Lewis Hamilton bijvoorbeeld: “Veel van ons hebben een investering nodig gehad en moeten dat geld terugbetalen als ze in de F1 geraken. Zelf ben ik hier niet zo heel lang meer, maar ik denk aan de jongere generatie en vind niet dat zij moeten inleveren.”

Lewis Hamilton. 

Lewis Hamilton. ©  AFP

Hoogconjunctuur

Sebastian Vettel voegde nog een relevante bedenking toe. “Het is interessant om te kijken uit welke hoek dit idee komt”, zei de viervoudige wereldkampioen. “Dit is de eerste keer in de geschiedenis dat teams veel geld verdienen met racen en net nu duikt dit op. Dat is een grappige toevalligheid, toch? Misschien is het een idee om een plafond in te stellen aan de winsten die de teams maken? Wat ze nog meer overhouden kan dan in een pot gestopt worden waarmee we veel goede dingen kunnen verwezenlijken. Het is maar een suggestie, maar misschien doet ze het hele idee vanzelf verdwijnen.”

Wat Vettel bedoelt, is dat het uitgespaarde rijdersloon naar de zakken van de teameigenaren zou stromen. Hij noemde geen namen, maar de sneer was vooral geadresseerd aan Toto Wolff, de teambaas van Mercedes. Hij is immers de grootste pleitbezorger van het salarisplafond. De Oostenrijker bezit zelf een derde van de aandelen in het F1-team. De andere derdes zijn in handen van Mercedes en Ineos. Als Wolff zijn rijders minder mag betalen, kan hij het bespaarde geld niet investeren in de ontwikkeling van de auto, want dat mag niet door de budget cap. Met andere woorden: de centen die niet uitgegeven worden, gaan naar de aandeelhouders. Simpel gezegd: van elke drie miljoen die hij uitspaart op lonen, gaat er eentje in de eigen zakken van Wolff.

Toto Wolff. 

Toto Wolff. ©  ISOPIX

Teams steeds rijker

De F1 beleeft momenteel een nooit geziene hoogconjunctuur. De populariteit van de sport wordt toegeschreven aan de marketing via de social media en aan het succes op Netflix, maar ook aan het charisma van de nieuwe lichting rijders. Verstappen is daarvan een exponent, maar ook Lando Norris, Charles Leclerc, Carlos Sainz en Pierre Gasly liggen erg goed in de markt.

De hausse heeft het verdienmodel in de sport veranderd en de waarde van de teams enorm opgedreven. Vijftien jaar geleden werd nog een renstal verkocht voor de symbolische prijs van 1 Britse pond. Nu wordt de waarde van de kleinste teams geschat op 500 tot 700 miljoen. Dat komt doordat de F1 een gesloten sport is: slechts tien renstallen zijn toegelaten en wie wil meedoen, moet een andere teameigenaar uitkopen. Porsche en Audi gaan tot de F1 toetreden. Er zijn ook diverse kandidaturen om een elfde team op te richten, onder meer van de Amerikaanse autosportfamilie Andretti, maar de deur blijft voorlopig dicht. De tien bestaande teams willen de inkomsten niet delen met een elfde team, zelfs niet als die een instapkost van 200 miljoen betaalt.

Wat Vettel óók bedoelt, is dat het opmerkelijk is dat de steeds rijkere teams in tijden van hoogconjunctuur plots willen besparen. Lewis Hamilton, nochtans een piloot uit de stal van Wolff, sloot zich daarbij aan: “Laten we niet vergeten dat deze sport is gegroeid van een business van 4 tot 6 miljard naar een business van 14 miljard. De rijders hebben daar voor gezorgd.”

LEES OOK. Ex-wereldkampioen Nico Rosberg krijgt geen toegang meer tot F1-paddock

Aangeboden door onze partners