Zoals een school en een bib moet elk dorp noodopvang hebben

Halsoverkop maakt Vlaanderen zich klaar voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, met nooddorpen en ‘crisisopvang’. De woonnood lijkt zo een acute situatie die na de oorlog opgelost zal zijn. Niets is minder waar.

De Vlaamse overheid wil voor de noodopvang op twee sporen werken: leegstaande infrastructuur benutten en nooddorpen bouwen. Het benutten van die leegstaande infrastructuur gebeurt op dit moment ondermaats: leegstaande kantoorgebouwen en bedrijfsruimtes kunnen tot tijdelijke woningen heringericht worden. Volgens cijfers van Statbel had Vlaanderen in 2021 een woningoverschot van maar liefst 400.000 woningen, en vastgoedexperts wijzen op het overaanbod aan appartementen dat op korte tijd op de markt zal komen. Waarom dus nieuwe infrastructuur bouwen en open ruimte aansnijden als er gebouwen gewoon leeg blijven staan?

Maar ook als de Oekraïense vluchtelingen terug naar hun land kunnen, zal er nood zijn aan opvang en tijdelijke huisvesting. Bij mensen op de vlucht én voor andere groepen. Er zullen nog mensen op de vlucht gedwongen worden door oorlog en geweld. Bovendien beperkt de nood zich niet tot vluchtelingen: ook jij en ik kunnen op een dag noodopvang nodig hebben. Na overstroming of woningbrand, na een echtscheiding of financiële tegenslag. Laten we deze acute situatie dus aangrijpen om het ineens goed te doen en een permanente, kwaliteitsvolle infrastructuur voor tijdelijk verblijf te ontwikkelen. Het zou in elke gemeente een normale voorziening moeten zijn, net zoals een bibliotheek of een school dat is.

Maar noodopvang kan enkel functioneren als er een vlotte doorstroom naar de reguliere huisvestingsmarkt is. De huidige krapte op de huurmarkt houdt dit tegen. Onze overheden hebben tot dusver weinig geïnvesteerd in de ontwikkeling van een divers aanbod van betaalbare huurwoningen in de kern. Daar moet de discussie over noodopvang dus óók over gaan.

Tenslotte zien we in de nood aan opvangplaatsen ook een kans om dynamische, kernversterkende plekken te ontwerpen die voor diverse groepen een positieve uitvalsbasis bieden. Een aantal buitenlandse voorbeelden tonen dat innovatieve diverse woonvormen broedplekken worden voor mini-ondernemingen zoals een koffiebar, een wereldkeuken en een cultureel aanbod. Op die manier maak je de bijdrage van mensen op de vlucht aan hun gastland heel zichtbaar en creëer je een positieve dynamiek rond diversiteit.

Mieke Nolf schrijft in naam van de Vereniging voor Ruimte en Planning, ORBIT, Mondiale Werken, Endeavour, en sociaal-ruimtelijk onderzoekers van KULeuven, UGent en UAntwerpen

Meer over Opinie

Aangeboden door onze partners