Als alles flexibel wordt, wie blijft dan nog overeind?

Meer dan de helft van het ziekenhuispersoneel haalt de vervroegde pensioenleeftijd niet, één op drie leerkrachten zit in de gevarenzone van een burn-out. En toch wordt er opgeroepen voor nog meer flexibiliteit.

Kim De Witte, Vlaams parlementslid PVDA

Ons land is op weg naar een half miljoen langdurig zieken, twee keer zoveel als tien jaar geleden. En wat beslist de regering in haar ‘grote arbeidsdeal’? Nog méér flexibiliteit: werkdagen die mogen oplopen tot tien uur, soepelere regels voor het opleggen van nachtwerk, afschaffing van opzegtermijnen voor werknemers die ontslagen worden, uurroosters die slechts zeven dagen op voorhand moeten worden doorgegeven, waardoor je je sociaal leven niet kan plannen.

Voor Voka gaat dit niet ver genoeg. “Flexi-jobs voor iedereen”, vroegen ze deze week in Het Belang van Limburg. Meer flexibiliteit zou een oplossing zijn voor de krapte op de arbeidsmarkt, voor de groeiende armoede van werknemers met hoge energiefacturen, voor de betaalbaarheid van onze pensioenen. Duitsland, die haar werkzaamheidsgraad wist te verhogen van 70 naar 80 procent, zou het grote gidsland zijn. Maar het sprookje van het Duitse jobwonder is fake. Het Duitse ‘mirakel’ is één grote sociale catastrofe.

In Duitsland wordt nu niet meer gewerkt dan vroeger. Het aantal arbeidsuren werd alleen over meer koppen verdeeld. Twintig jaar geleden liep het Duitse arbeidsvolume op tot ongeveer 60 miljard uren. Vandaag is dat hetzelfde gebleven. Voltijdse banen in stukken knippen creëert geen extra werk. Meer flexibiliteit creëert geen extra werk. Het zorgt ook niet voor hogere lonen of betere pensioenen. Integendeel, op de flexi-jobs worden geen sociale bijdragen betaald. In Duitsland leven vandaag meer dan drie miljoen gepensioneerden in armoede, dat is een vijfde van de 65-plussers. Er is ook een groot leger van langdurig zieken bijgekomen.

In geen tijd hebben werkstress en burn-out de proporties van een Egyptische plaag aangenomen. De Wereldgezondheidsorganisatie klasseert ze bij de grootste gezondheidsgevaren van de 21ste eeuw. Het is geen fout in de marge, wel in het systeem zelf. Laten we als samenleving de organisatie van ons werk terug in handen nemen. En het debat over fatsoenlijke banen, over leefbare werkdruk, over eerlijke lonen voeren. Laten we in plaats van het collectief overleg verder af te breken, meer inspraak organiseren over het welzijn van de werknemers. En laten we in plaats van langdurig zieken te beginnen sanctioneren, de werkgevers responsabiliseren over de manier waarop zij omgaan met hun werknemers. Arbeid en de natuur zijn onze belangrijkste bronnen van welvaart. We zijn ze beiden aan het kapotmaken.

Meer over HBvL Plus

Aangeboden door onze partners