“Geobsedeerde” Diestenaar riskeert internering na onophoudelijke belaging

Diest -

Het openbaar ministerie heeft vrijdag in Hasselt de internering gevorderd voor een 39-jarige Diestenaar. Na een eerdere veroordeling bleef de man zijn ex onophoudelijk stalken. “Ik wil weten waarom zij mij niet meer wil.”

De Leuvense correctionele rechtbank heeft vorig jaar ook al de internering bevolen van de dertiger, maar doordat de betichte beroep aantekende, is het zover nog niet gekomen. Toch weerhield de uitspraak hem er niet van om de vrouw op wie hij stapelgek was te belagen en te stalken. Tussen eind 2019 en begin 2020 hadden de twee een seksuele relatie. Toen zij de relatie beëindigde, begonnen de problemen. Van januari tot oktober 2020 bleef hij de vrouw bestoken met berichten, achtervolgde hij haar, maakte valse profielen op sociale media aan om haar te benaderen of dook te pas en te onpas aan haar woning op. Het kwam hem op de veroordeling in Leuven te staan.   

Geestesstoornis

In juli vorig jaar nam hij de draad weer op. Weer begon hij haar te achtervolgen, dropte bloemen en tekeningen aan haar huis, belde aan de woning van het slachtoffer aan en drong aan om haar te kunnen spreken. Het komt zelfs zover dat de vorige ex van de vrouw de Diestenaar op klappen trakteert. De dertiger verbleef een tijdje in de gevangenis en draagt nu een enkelband.

Veel indruk maakt het niet op hem. Zelfs dit jaar knoeit hij weer met Facebookprofielen op haar naam om de vrouw zwart te maken. “Meneer is geobsedeerd door het slachtoffer. Hij kan de breuk geen plaats geven. Zijn emoties schommelen sterk. Hij noemt haar een hoer, een kutwijf en heeft verklaard dat een volgende ontmoeting tot haar dood zal leiden. Ik vraag de internering, want er is een langdurige begeleiding nodig voor zijn problematiek”, aldus de procureur.

De man was in de rechtbank aanwezig en liet niet meteen een stabiele indruk achter. Zijn advocate Charlotte Ruelens vroeg de vrijspraak. “Op het moment van de feiten leed hij aan een geestesstoornis. Die is vandaag niet meer aanwezig. Hij was psychotisch en gebruikte toen drugs. Intussen heeft hij aan zich gewerkt en veel erover kunnen nadenken. Dat mijn cliënt geen medicatie meer moet nemen, duidt erop dat er geen geestesstoornis meer is.” Vonnis op 11 februari. (GeHo)