Salah Abdeslam op het proces. ©  AFP

Vriend die Salah Abdeslam met auto naar Brussel bracht: “Vaak doe ik eerst en denk ik dan pas na, dat heeft me ook hier gebracht”

Voor het speciale hof van assisen in Parijs over de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs is woensdag Hamza Attou (27) verhoord. Attou bracht Salah Abdeslam, de enige overlevende van het terreurcommando, met de auto mee naar Brussel op 14 november. Attou vertelde onder meer over hoe hij drugs dealde in het café van Brahim Abdeslam, de broer van Salah die zichzelf opblies in Parijs.

Bron: BELGA

Hamza Attou, die de Belgische nationaliteit heeft, vertelde voor de rechter dat hij de op een na jongste was in een gezin van acht, met vier zussen en één broer. Zijn vader, die veel ouder was dan zijn moeder, overleed op 85-jarige leeftijd. Toen Attou over zijn broer begon te praten, barstte hij in tranen uit: zijn broer overleed in december 2016 aan een hartaanval.

Op school liep het mis in het middelbaar. Hij rookte toen al veel cannabis. “Het is niet dat ik niet bekwaam was, maar ik werkte niet. Dat heb ik me achteraf gerealiseerd.” Volgens France Inter, de Franse radio-omroep, was Attou de tranen nabij toen hij met de voorzitter van het hof praatte. “Ik ben mislukt. Achteraf heb ik genoeg de tijd gehad om me dat te realiseren.”

Drugs

Attou ging na zijn schooltijd werken, op de markten en in een supermarkt. Vervolgens begon hij te dealen in het café in Sint-Jans-Molenbeek van de tien jaar oudere Brahim Abdeslam, de terrorist die zich op 13 november 2015 opblies in Parijs. Het zou Brahim Abdeslam geweest zijn die de drugs kocht, ook al ging Attou ook na de sluiting van het café in augustus 2015 door met dealen. Attou omschreef Brahim Abdeslam als een vriend, “maar er was altijd een baas-werknemer-relatie”. Via Brahim leerde hij er ook Salah Abdeslam kennen.

Op 14 november 2015, nadat hij Salah Abdeslam mee had teruggebracht naar Brussel, werd Attou opgepakt. Zijn verblijf in de Belgische gevangenis noemde hij “afschuwelijk”. Later werd hij overgeplaatst, maar waren de omstandigheden “menselijker”. Uiteindelijk belandde hij in Frankrijk in de gevangenis, waarna hij in mei 2018 voorwaardelijk werd vrijgelaten. Hij vond weer werk, maar kreeg de ziekte van Crohn. Hij verloor twintig kilo en moest in het ziekenhuis opgenomen worden. “Het was ondraaglijk. Al valt dat in het niets bij de families, ik denk aan de families die ouders verloren zijn.”

Voorwaarden geschonden

Na zijn vrijlating heeft Attou zijn voorwaarden herhaaldelijk geschonden. Hij verbeterde de voorzitter toen die zei dat het drie à vier keer was gebeurd. “Het is veel meer gebeurd, meneer de voorzitter. Zes keer.” Attou werd na 23.00 uur buitenshuis betrapt, ook was hij een keer dronken aan het rijden. Hij legde uit dat het een “schijn van een normaal leven moest wekken, abstractie makend van het proces”. De voorzitter vroeg hem of hij niet bang was weer in de cel te moeten. “Vaak doe ik eerst en denk ik dan pas na. Dat is ook wat me hier heeft gebracht. Ik wou dat ik niet hier was geweest.”

Op het einde schotelde zijn advocate hem voor dat zijn familie hem als “naief, genereus en steeds hulpvaardig” voorstelt. “Spijtig genoeg heeft me dat geen geluk gebracht”, antwoordde Attou.

Ayari verklaart niet opgeven van identiteit

Woensdagavond zijn de twee laatste beschuldigden van de dag verhoord: Sofien Ayari (28) en Abdeilah Chouaa (40). Ayari, die gearresteerd werd in Sint-Jans-Molenbeek samen met Salah Abdeslam op 18 maart 2016, legde onder meer uit waarom hij aanvankelijk zijn identiteit niet wou prijsgeven aan de onderzoeksrechter.

De Tunesiër Ayari, de op een na jongste in een gezin met vier kinderen uit Tunis, weigerde aanvankelijk na zijn arrestatie om uitleg te verschaffen over zijn identiteit. Zijn vingerafdrukken stonden nergens geregistreerd en identiteitsdocumenten die gevonden werden in een safehouse in Vorst, waar een schietpartij was ontstaan nadat de politie er enkele dagen voor de arrestatie was binnengevallen, bleken vals. Het gerecht tastte daardoor in het duister over wie hij precies was.

“Ik had een bivakmuts over het hoofd, was geboeid, gedesoriënteerd, en de muziek stond loeihard toen ik overgebracht werd. Ik had geen zin om over mezelf te praten”, zei Ayari daar woensdag over tijdens zijn verhoor. De advocate-generaal wou weten waarom hij ook later weigerde te praten met de Franse rechters en ze vroeg hem of het om een strategie ging. Ayari begon te antwoorden, maar toen de magistrate er nog een punt aan toevoegde, snoerde hij haar streng de mond. “U laat me uitspreken, ik heb u ook niet onderbroken”, klonk het volgens de Franse radio-omroep France Inter.

Geen bezoek

Ayari, die in België tot twintig jaar cel is veroordeeld voor de schietpartij in Vorst, vertelde verder dat hij in de gevangenis geen bezoek krijgt. Hij heeft enkel telefonisch contact met familie. De voorzitter van het hof haalde ook een gevangenisrapport boven waarin stond dat Ayari “gesloten” was het voorbije jaar en dikwijls “in het zwart gekleed” ging. “Dat wordt minder gauw vuil”, zei Ayari.

De laatste van de vier beschuldigden die woensdag aan het woord kwamen, na Ayari, Mohamed Bakkali en Hamza Attou, was Abdeilah Chouaa. Hij vertelde dat hij de derde is van tien kinderen en dat zijn ouders gescheiden zijn. Chouaa, die ervan verdacht wordt dat hij logistieke steun verleende aan de terroristen, vertelde dat hij op de luchthaven werkte ten tijde van de aanslagen. Hij bracht het ijs om maaltijden te bewaren naar vliegtuigen. Op dit moment is hij voorwaardelijk vrij en werkt hij in de horeca. Tijdens het korte verhoor bevestigde Chouaa, die vader is van drie kinderen, dat hij drie beschuldigden kent: Mohamed Abrini, Salah Abdeslam en Ali El Haddad.

Aangeboden door onze partners

Lees meer over de aanslagen in Parijs