Langdurig zieken zullen straks 2,5 procent van hun uitkering kunnen verliezen

Langdurig zieken die pertinent weigeren om mee te werken aan een mogelijke terugkeer naar werk, zullen een deel van hun uitkering kunnen verliezen. Dat compromis ligt alvast op de regeringstafel. Ook werkgevers zullen over de brug moeten komen.

Hannes Heynderickx en Arnout Gyssels

Langdurig zieken die pertinent weigeren om een korte vragenlijst in te vullen over de mogelijkheid om terug aan het werk te gaan, zullen straks 2,5 procent van hun uitkering verliezen. Dat geldt ook voor langdurig zieken die, zonder geldige reden, weigeren in te gaan op een gesprek met een terugkeercoach. Die sanctie geldt wel als een allerlaatste optie voor hardnekkige weigeraars nadat alle andere mogelijkheden voor begeleiding gestrand zijn. Dat compromis bereikten de regeringspartijen vandaag in de onderhandelingen.

Federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) benadrukte al meermaals dat iedereen verantwoordelijkheid zal moeten opnemen om het probleem van de langdurig zieken terug te dringen. Ons land flirt intussen al met een half miljoen langdurig zieken, zoals eerder al bleek uit het dossier ‘Voor altijd ziek’ van De Standaard. De kosten voor de uitkeringen lopen op tot negen miljard euro per jaar.

Ook bedrijven in het vizier

Niet alleen de langdurig zieken worden geresponsabiliseerd, ook bedrijven met veel langdurig zieken zullen hun duit in het zakje moeten doen. Het gaat daarbij om bedrijven met minstens vijftig werknemers die het veel slechter doen op het vlak van langdurige ziekte in vergelijking met gelijkaardige bedrijven uit de sector of de privé in het algemeen. Via een soort knipperlichtsysteem zullen de bedrijven wel nog kunnen bijsturen. Maar wie daar toch niet in slaagt, zal 2,5 procent werkgeversbijdrage moeten storten in een fonds dat besteed zal worden aan meer preventie.

Opvallend: de regering gaat daarbij alleen de werknemers onder 55 jaar in rekening nemen. Voor oudere werknemers zal die oefening ook gebeuren, maar hangt er geen sanctie voor de bedrijven aan vast. Op dat vlak blijft de druk van de overheid om oudere werknemers langer aan het werk te houden nog beperkt.

Ziektebriefje met mogelijkheden

Ook artsen en mutualiteiten krijgen meer verantwoordelijkheid in het terug-naar-werk-verhaal. Zo zullen huisartsen op vrijwillige basis kunnen doorgeven welk werk de patiënt volgens hen toch nog kan uitvoeren. De adviserend artsen van de ziekenfondsen, die beslissen over de uitkering, zullen zelf ook moeten aangeven op het elektronisch attest welke jobs in de toekomst nog een optie zijn. Zoals het kabinet-Vandenbroucke eerder al aankondigde, zullen ook de ziekenfondsen budget kunnen verliezen als ze amper iemand aan het werk krijgen.

Ook in de nieuwe samenwerkingsprotocollen met de regio’s wil de federale regering het budget koppelen aan het aantal terugkeertrajecten die opgestart worden. Naarmate de regio’s op dat vlak beter presteren, zouden er dus ook extra middelen ter beschikking gesteld worden. Dat zou de regionale regeringen voor hun verantwoordelijkheden moeten plaatsen.

Bevoegd minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) lichtte vorige week al een tipje van de sluier: de huisartsen en de ziekenfondsen krijgen een belangrijke rol in het bepalen van wat een langdurig zieke wél nog kan. Zo moet een zieke geleidelijk aan terug de stap naar het werk kunnen zetten, als zijn gezondheidssituatie dat zou toelaten.

Maar er was nog één belangrijke knoop waarover de regering het eens moest raken: wat als iemand stokken in de wielen steekt bij dat re-integratietraject? Verschillende bronnen bevestigen aan onze redactie dat álle betrokken actoren dan geresponsabiliseerd kunnen worden. Óók werknemers, wat bijzonder gevoelig ligt voor de Franstalige socialisten van de PS. Concreet zouden zieke werknemers 2,5 procent van hun uitkering kunnen verliezen wanneer ze niet meewerken.

Werkgevers moeten dan weer een actieplan voorzien voor hun zieke werknemers. Sancties zouden daar enkel mogelijk zijn voor grote ondernemingen met meer dan 50 werknemers. Daarnaast wordt er ook voorzien in responsabilisering van de mutualiteiten en de artsen.

Meer over Frank Vandenbroucke