©  AP

Meer dan 1.400 dolfijnen afgeslacht tijdens traditionele dolfijnenjacht op Faeröereilanden

Tijdens de jaarlijkse dolfijnenjacht op de Faeröereilanden, Grindadráp, werden er 1.428 witflankdolfijnen of grienden afgeslacht. Daarmee is het is de grootste slachtpartij ooit.

Op beelden is te zien hoe de zee rood kleurt door het bloed van de zeedieren, die op elkaar gestapeld liggen op het strand. De dolfijnenjacht is de belangrijkste jaarlijkse traditie van de Faeröers, die teruggaat tot in de 9de eeuw.

Het enorme bloedbad van dit jaar lokt hevige reacties uit bij dierenrechtenorganisaties, maar ook bij traditionele walvisjagers van de Faeröereilanden zelf. Zo distantieerde Heri Petersen, schipper en drijver, zichzelf al van het voorval op zondag 12 september. Volgens hem zouden er te veel dolfijnen gedood zijn, in verhouding tot jagers. Ook Olavur Sjurdarberg, voorzitter van de Faeröese vereniging voor walvisjacht, vreest dat dit grote aantal een negatief beeld zou scheppen van de eeuwenoude traditie.

Dierenrechtenorganisaties zoals Sea Shepherd ijveren al jaren om de jacht te verbannen. Op de Faeröereilanden is het echter “deel van de cultuur”. Het vlees en de bijhorende blubber worden gebruikt als voedsel. Volgens Rob Read, hoofd van Sea Shepherd, hebben ze het vlees van de zoogdieren überhaupt niet nodig om te voorzien in voedselconsumptie. “Dit is jagen om te jagen en dat is waarom wij hier al jaren tegen strijden.”

Op het eiland worden jaarlijks zo’n 1.000 zeezoogdieren gedood. Tijdens de dolfijnenjacht van vorig jaar waren er daar ‘slechts’ 35 witflankdolfijnen bij. Gelijkaardige walvis- en dolfijnenjachten zoals op de Faeröer worden gehouden in Peru, Japan en de Solomoneilanden.

 

 ©  Sea Shepherd

 

 ©  Sea Shepherd

 

 ©   Sea Shepherd

(tact)

Meer over Dierenleed