© Jan-Willem Smeyers

De stadswatcher: een vriendelijk woord

Hasselt -

Jan-Willem Smeyers schrijft een column over het dagelijkse leven in Hasselt.

Jan-Willem Smeyers

Er zijn mensen die niets zien, wanneer ze zich wandelend of fietsend, maar bij uitstek auto rijdend door onze stad verplaatsen. Hun ogen zijn glazig, hun blik ver weg. Ze zien rode lichten en van rechts aanvlammende vrachtwagens. Met wat geluk ook stopstrepen op het asfalt. Alles wat functioneel is op weg naar hun bestemming. Onder meer voor deze stadsgenoten beschrijf ik onze stad zoals je ze kan zien als je dat wil. Misschien beluisteren ze mijn verslag in audio terwijl ze langs de grote markt marcheren, rechtstreeks op weg naar hun doel. Of terwijl ze de kruising van Kuringersteenweg en grote ring geduldig of ongeduldig passeren met de wagen.Blind voor alles reed ook ik deze week door de stad. Mijn gedachten propten mijn hersenen zo vol dat geen visuele prikkel nog reactie van mijn brein ontlokte. Ik geloof wel dat ik stopte bij het rode licht. Toch wel. Maar verder dacht ik alleen aan de bestemming: het Jessa Ziekenhuis. Ik rijd er zo vaak rond. Langs het stadspark of door de stadsomvaart. Maar ik kijk er amper naar om. De gele rechthoekige blokken zetten noch mijn hoofd, noch mijn hart in werking. Soms verraadt een witte jas op een bankje in de buurt de functie van het gebouwencomplex. Eens keek ik met mijn jongste zoon naar de talloze verlichte ramen in de winter, op de terugweg van een hobby. Maar meestal passeer ik het Jessa Ziekenhuis gedachteloos. Niet nu. Een dierbare is daar. Het gaat niet goed met haar. Plots is de plek de enige die telt. De rest van de wereld vervaagt. Er is alleen deze gang. Voor één dag is dit mijn dorp. Mijn dorpsgenoten, in een witte jas, ken ik na enkele uren eigenlijk al jaren. Ik weet wie grapjes maakt, wie meevoelt en wie vooral alles op orde wil houden. Ook word ik omringd door mensen die ik al eerder kende. Ook al kwamen we niet eerder samen op deze plek, toch eigenen we ons de gang min of meer toe. Er is een woonkamer met koffie en thee. We zijn er weldra thuis. Hier brandt ons kampvuur. Hier spreken we met gedempte stem, wanneer de witte jassen ons vriendelijk de kamer van onze dierbare uitwuiven. Mijn schoonmoeder benutte haar laatste woorden om, na het afscheid van haar dierbaren, ook de verpleegkundige te bedanken voor de goede zorgen. Toen sliep ze zachtjes in. Nooit zal ik deze gang vergeten. Nooit nog rijd ik blind voorbij ons ziekenhuis. Ik kende deze plek met mijn hoofd, wist er alles van, maar nu heeft ook mijn hart kennis gemaakt met één van haar verhalen. Dus rijd ik langs en tel de ramen, wens de mensen erachter alle goeds. Of troost als er niets goeds meer valt te verwachten. Zachtheid. Stilte. Verlossing. En altijd zal ik zachtjes mompelen: dankjewel. We zijn het alweer half vergeten, zij die zorgen te eren. Ik niet. Die laatste woorden van mijn schoonmoeder neem ik mee, als inspiratie, om elke dag vriendelijker voor iedereen door mijn omgeving te fietsen. En ik zal ze telkens weer hergebruiken, op mijn fiets over de stadsomvaart of door het stadspark, daar waar ze gestorven is: dankjulliewel. Meer verhalen over Hasselt? Stadswatcher.wordpress.com


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio