© Shanna Wouters

COLUMN Shanna Wouters: een sausje nostalgie

Beringen -

Shanna Wouters schrijft een column over het dagelijkse leven in Beringen.

Shanna Wouters

Op sociale media zie ik hoe velen hunkeren om hun familie en vrienden terug te zien. Ook ik hunker daar absoluut naar. Nu de eerste 20 graden op de thermometer verschijnen, krijg ik zin om gezellig de barbecue aan te steken. Kommetjes op tafel te toveren, gevuld met een assortiment aan frisse rauwkost, gevolgd door een schotel vers gegrilde vleesvariëteiten. Met velen de voetjes onder tafel schuiven om het lekkers te verorberen terwijl er een zacht geroezemoes boven de tafel opstijgt. Maar ik zal er voorlopig alleen maar kunnen van dromen, want het virus overheerst nog steeds ons leven en dus is er geen plaats voor een sociaal samenzijn. Alleen maar voor social distancing. Wat mis ik toch die momentjes samen met vrienden en familie. Ik die me had voorgenomen om na de verbouwing om toch weer gezellige etentjes te organiseren.

Het is bijna nostalgie wanneer we terugdenken aan de dingen die twee jaar geleden heel gewoon waren en nu onbereikbaar. Net nu iedereen zo hunkert naar die momenten, valt me ook iets op: de vaste zondagse visites aan de familie zijn iets van lang vervlogen tijden. Die bezoekjes, vaak gevolgd door het zondags familiediner, dat was een typisch jaren 90 dingetje, me dunkt. Sinds het millennium gaan zondagen op aan allerhande activiteiten zoals de jeugdbeweging of sport, al dan niet in de passieve vorm vanuit de zetel voor de tv.

Ik had ook zo’n ‘heilige’ dag in mijn jeugdjaren. Dat waren de woensdagen, want dan stond er ’s middags altijd een lekkernij op tafel zoals verloren brood of pannenkoeken. ’s Avonds was dat de vaste dag voor frietjes. Ook dat schema volgen we al jaren niet meer, ik zou bij wijze van spreken alle dagen onze Belgische krokante goudstaafjes kunnen eten. Wentelteefjes, daar hunker ik niet meer elke week naar, maar zo af en toe. Ik geef toe niet goed te weten of de zin in de gebakken broodschijfjes dan echt zo groot is. Meestal heb ik nu na twee of drie boterhammetjes genoeg, terwijl ik vroeger een eindeloos veel opat. Ja, die woensdagmiddag was een gezellig momentje met oma en mama, dan verorberde ik makkelijk een hele stapel. En dat gevoel, dat bak je niet even in een pan.

Heel af en toe was er op woensdagen vis, bakharing. Boeksering zeiden ze hier op z’n Buitings. Dan moest mama naar ’t Kluske, een lokaal kruidenierswinkeltje waar elk kind maar al te graag naar binnen ging. Het snoep stond er in bakjes in de vitrine en je mocht het in een papieren zakje scheppen. Onder toeziend oog van de winkeldame, tenminste als je groot genoeg was en fatsoen had. Want zo was het ook in de jaren 90, overal durfden de lieve winkeldames gerust figuurlijk op de vingers tikken. Daar was ik voor behoed, van thuis uit, dus was het een eer als je zelf naar de winkel mocht. Of mee mocht als je nog te jong was om alleen te gaan. Ik probeerde wel om snoep bij mama los te peuteren als we om boeksering gingen.

Al was de vis zelf ook een feest, die at ik samen met opa. De dames des huizes waren niet zo tuk op de geur en smaak van de Janneman in de pan. Opa maakte de mooiste stukken voor mij graatvrij en ik peuzelde ze naarstig op. Het was ons momentje, boeksering met een saus van liefde en genegenheid. En net zoals bij de wentelteefjes heb ik af en toe zo'n goestingske in net die vis. ’t Kluske is al lang niet meer, dus moeten we al zoeken achter goede ‘bakharing’. En hoe goed we ook zoeken, hoe liefdevol Moeke ook visjes bakt. Hoe goed ik nu mijn best ook doe om Moekes stukjes vis graatvrij te serveren, er ontbreekt iets. Dat sausje, ‘opa en oma’.

Ach, was het maar weer de jaren 90, dan hadden we van corona nog nooit gehoord en smaakten de dingen weer als vanouds, met een nostalgisch sausje.


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio