De SID-in (studie-informatiedagen) had in Limburg normaal gezien in de Genkse Limburghal moeten plaatsvinden. 

De SID-in (studie-informatiedagen) had in Limburg normaal gezien in de Genkse Limburghal moeten plaatsvinden. ©  RR

Virtuele SID-in verlengd, maar fysiek contact wordt gemist

Hasselt -

Als de virtuele SID-in de bezoekers één ding heeft geleerd, is het dit: een studiekeuze maken, blijft in de eerste plaats een fysieke aangelegenheid. Scholieren willen de campus zien en hogescholen en universiteiten maken graag persoonlijk kennis met toekomstige studenten.

Sue Somers

Hogeschool PXL, UCLL en Universiteit Hasselt schakelen binnenkort een versnelling hoger om de laatstejaars van het secundair onderwijs bij te staan in hun studiekeuze. Alles staat of valt met de evolutie van het coronavirus, maar de onderwijsinstellingen zetten vanaf nu volop in op info- en openlesdagen. Het liefst fysiek en als het niet anders kan online.

“Scholieren willen weten waar ze precies terechtkomen als ze voor onze hogeschool kiezen”, zegt Erik De Winter van UCLL. “Veel jongeren maken de klik als ze onze labo’s en praktijklokalen zien. Dat wringt enorm, want dat mag nu niet.”

Leerlingen zoeken bevestiging voor hun gevoel dat ze de juiste richting uitgaan met hun studiekeuze, weten ze ook bij de UHasselt. “Ze willen gerustgesteld worden en dat kan het beste wanneer je elkaar fysiek ziet”, zegt Sarah Timmermans. “Je kan zoveel filmpjes bekijken en brochures downloaden als je wilt, uiteindelijk wil je als toekomstige student toch the real thing”, zegt Gerrit Schuermans van PXL. “Proeven van onze hogeschool kan het beste in levenden lijve.”

Inhaalbeweging

De SID-in (studie-informatiedagen) vindt in Limburg normaal gezien plaats in de Genkse Limburghal, maar de beurs moest dit jaar uitwijken naar een online platform. Dat verliep niet altijd even vlot, zo blijkt uit een aantal ervaringen van zowel docenten als leerlingen. Sommige scholieren hadden technische problemen bij het inloggen of raakten niet in videochats, waar docenten dan weer vruchteloos zaten te wachten op geïnteresseerden.

“De moeilijkheden deden zich vooral voor in de eerste week van de SID-in, toen scholen uit West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant aan de beurt waren”, weet Sarah Timmermans. “Toen het aan de Limburgse scholieren was, waren de meeste pijnpunten aangepakt. Wat we vermoedden, kwam ook uit: online contact zorgt voor een drempel. Er kwamen niet zoveel vragen als op een fysieke beurs.”

“We zijn er ons van bewust dat we niet alle leerlingen hebben bereikt”, zegt Elke Martens, relatiebeheerder secundair onderwijs van Hogeschool PXL. “We zien dat vooral gemotiveerde leerlingen en betrokken ouders aanwezig zijn op online infomomenten. Door alles online te organiseren, missen we leerlingen en ouders die we wel konden spreken op een fysieke beurs. Ik hoop dat we snel een inhaalbeweging kunnen maken zodat elke jongere de kans krijgt zich een totaalbeeld te vormen van een opleiding en zo een goede studiekeuze te maken.”

Toch is het niet ongebruikelijk dat een studiekeuze langer op zich laat wachten. “We zijn tenslotte nog maar januari”, zegt Erik De Winter. “Klassenraden adviseren hun leerlingen doorgaans pas in april of mei. Dat is het moment waarop veel jongeren hun shortlist maken.”

Drie uur wiskunde

Om alle leerlingen de kans te geven de SID-in te bezoeken, blijft de virtuele beurs online tot eind februari, zij het niet meer interactief. De onderwijsinstellingen blijven intussen bereikbaar voor vragen. “Onze online infomarkt is 24 op 7 open”, zegt Sarah Timmermans van de UHasselt. “Daarnaast prikken we data voor infodagen en zijn er opgenomen openlesdagen. Op woensdagnamiddagen doen we een ‘ama’ (ask me anything, vraag me alles, nvdr) op Instagram. We merken dat jongeren het fijn vinden om ook op die manier geïnformeerd te worden.”

Jongeren willen vooral weten of hun vooropleiding voldoende is om een bepaalde studie te starten. Klassiekers als ‘Ik heb maar drie uur wiskunde gehad, is dat genoeg?’ of ‘Moet je goed zijn in talen?’ zijn schering en inslag. Sommige leerlingen gaan in de diepte en vragen wat een vak precies inhoudt en of ze bepaalde computerprogramma’s moeten aankopen. Anderen zijn nieuwsgierig naar vervolgopleidingen: ‘Kan ik hierna nog verder studeren?’ Er is ook vraag naar examenkansen, beroepsmogelijkheden en – dromen staat vrij in coronatijden – Erasmus en buitenlandse projecten.