© Jan-Willem Smeyers

COLUMN JAN-WILLEM SMEYERS: Zeven huizen

Hasselt -

Jan-Willem Smeyers schrijft een column over het dagelijkse leven in Runkst, Hasselt.

Jan-Willem Smeyers

Als je goed kijkt naar de stad, naar Hasselt. Als je inzoomt op enkele straten. Neem nu Runkst. De Brouwerslaan, Weverslaan, Notenlarenstraat, Bakkerslaan. Een blokje in het Hasselts weefsel. Dat is waar ik woon. Waar ik uit het raam kijk. Vanop mijn fietszadel de wereld observeer. Als je goed kijkt, is kijken beleven. Als je je ogen opent, trekt het leven je de wereld van de allermooiste verhalen in.

Een vrouw wandelt. Aan haar hand een hond. Nog maar een kindje. In haar andere hand een zakje. In het zakje zit een potje confituur. Het potje reist zeven huizen ver. Naar een man. De man neemt het zakje aan, kijkt er glimlachend in. Hij wandelt mee. Het blokje rond. Verder. Pratend. Buren kijken enigszins verrast. Ze zien twee mensen die al jaren in deze wijk thuishoren. Ze fietsen er, wandelen er met de kinderen. Ze betreden er hun huis. De buurt was aan hun aanwezigheid gewend. Twee mensen uit de straat. Maar nu ze samen dezelfde richting uitgaan, in dezelfde vierkante meter wandelen, nu kijken buurtbewoners op. Nieuwsgierig. Dit is één ding: elkaar toevallig tegenkomen en even dezelfde kant op gaan. Dit is een ander ding: langslopen met een potje confituur, vervolgens samen vertrekken en thuiskomen. En morgen opnieuw.

Ook de man wandelt. Hij draagt een dienblad met twee borden en een fles. Het dienblad zweeft zeven huizen ver. En later leeg, maar veel vaker wonderbaarlijk weer gevuld terug naar de man. Het blokje wordt een zijdezachte route. Stukjes quiche, potjes zelfgemaakte choco, druivensap of soep, takjes rozemarijn, blaadjes salie, een halve cake, rozijnenbrood. Eén keer een laddertje. Een kaartje. Een brief. Een versierde maretak. Al deze kostbaarheden zien buurtbewoners reizen over het zo onverwacht ontstane spoor.

Misschien ging het zo: de man zag de vrouw al jaren. Hij voelde iets. Net als de vrouw. Al wisten ze niet precies wat. Een vaag vermoeden. Verbondenheid. Wat dan ook: hij durfde haar niet aanspreken. Waarover dan? Een dag zagen ze elkaar in de Mombeekvallei. Misschien. Plots, zo ver buiten hun gekende straten, werd de wijk de toegangsweg. Het waarover waartegen de verlegenheid geen verhaal had. “Woon jij niet om de hoek?”

Al vaker hield ik hier een pleidooi om elkaar te zien. Om dat woord werkelijk waar te maken: zien. Niet om elkaar te ontwijken in het verkeer. Eerder nieuwsgierig, open, wetend: mijn stadsgenoot is een mens met een verhaal. Dit is, in essentie, wat ik bedoel als ik mezelf de stadswatcher noem. Als je je ogen opent, trekt het leven je de wereld in. Als je nu eens kijkt. Weg van je scherm. Weg van je eigen huis. Weg van je meestal zelfverzonnen, zelf georganiseerde haast. Dan ligt onze stad, ons Hasselt, vol goud.

Ik ben de man die een schat vond zeven huizen van zijn deur. Om de hoek, in de Bakkerslaan. Of misschien was het de vrouw, groef zij mij op. Het maakt niet meer uit. We wandelen samen nu. Of we fietsen. En ik blijf kijken. Soms anders nu. Rijker. Ons Hasselt ziet er anders uit als ik over haar schouder mee kijk.

Meer lezen? www.stadswatcher.wordpress.com


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio