© Luc Hendriks

COLUMN Luc Hendriks: Giel H.

Pelt -

Luc Hendriks schrijft een column over het dagelijkse leven in Pelt.

Luc Hendriks

Het voorbije jaar is, om het zacht uit te drukken, een K(onstruktief) U(itermate) T(eleurstellend) jaar geworden, zoveel is zeker. Laat ons dit zo rap mogelijk vergeten. Wat we niet mogen vergeten, is wanneer iemand een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd of een uitzonderlijke staat van dienst heeft bereikt in de loop der jaren. In Pelt hebben we zo iemand: priester Guillaume Hendriks, Giel voor de vrienden. Hij heeft het gepresteerd om zo maar eventjes 65 jaar lang de witte halsboord - eigen aan het priesterschap - tegen zijn adamsappel te verdragen. Proficiat, dat verdient een stukse Limburgse vlaai.

Giel was en is nog steeds een zeer aangenaam man in de omgang. Hij is nooit pastoor geworden, daarvoor was hij waarschijnlijk te schalks. Als priester gaf hij eerst les in Sint-Truiden als vervanger van de echte Christus die destijds waarschijnlijk nog ergens met zijn heilige botten in de Haspengouwse klei was blijven steken. Daarna verhuisde hij naar het college in Houthalen, u merkt het, hij was en is nog steeds een echte Limburger. Hij gaf Latijn en Grieks en, raar maar waar geen godsdienst, waarschijnlijk omdat hij het niet kon laten met de regelmaat van de klok een aangebrande mop de wereld in te sturen. Not done in die tijd voor iemand waarvan het kruis op de revers van zijn jas zat en geen halve meter lager.

In Pelt was hij regelmatig de rechterhand van de dorpspastoor in misvieringen die volgens hem nogal lang duurden. Hij had namelijk de gewoonte om, samen met de pastoor en de kapelaans, na de hoogmis een borreltje te nuttigen in een ‘aangepast’ borrelglas, wat ikzelf persoonlijk ook een stuk aangenamer vind. In zijn allereerste jaar als priester, we spreken 1955, heeft hij mijn ouders in het huwelijk verbonden en hij deed datzelfde kunststukje 26 jaar later nog eens over. Nee, niet met mijn ouders, maar met mezelf en mijn vrouw.

Giel komt nog uit een tijd dat vrouwen na een bevalling door mijnheer de pastoor moesten ‘gereinigd’ worden. Zo staat dat namelijk in de bijbel. Mijn vader ging dus op aanraden van Giel na de geboorte van zijn eerste zoon, in casu mezelf, naar de kerk met ons moeder om ze te laten ‘reinigen’. Onze pa zei: ons ma deed bijna in haar broek van de schrik. Oei, gelukkig is dat niet gebeurd want dan had de pastoor haar twee keer moeten reinigen waarschijnlijk.

Enfin, Giel was en is nog steeds een zeer slim man. Volgens de pastoor was hij de enige persoon die daadwerkelijk een doodgewoon gesprek kon voeren in het Latijn. Sorry hoor, mijnheer pastoor, maar hij kan zeggen wat hij wil natuurlijk, dat verstaat toch niemand! Nee nee, telkens als hij naar huis ging na de misborrel, vroeg ik hem om als afscheid iets in het Latijn te zeggen en hij deed dat stante pede. O ja, wat zei hij dan? Hij zei: “Osculer testes, qoud non intellegunt.” “Weet ge ook wat dat betekent mijnheer pastoor?” “Eu… neen, gij wel?” “Toch ongeveer ja, vrij vertaald is het zoiets als: ge kunt ze kussen, gij verstaat dat toch niet!”

Giel, wij wensen u van hieruit - want we mogen in het rusthuis niet binnen natuurlijk - nog vele jaren in goede gezondheid. Nog acht jaar te gaan tot de honderd! Blijf gezond of in Giels latijn: manere sanus!


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio