©  Geert Van Baelen

COLUMN CHEL DRIESEN: Goede nacht, vrienden

Lommel -

Chel Driesen schrijft een column over het dagelijkse leven in Lommel.

Michiel Driesen

Ik zit in mijn auto en rijd maar wat. Wat kan je anders doen op zo’n duffe coronadag? In Neerpelt ben ik een tijdje bij vrienden op bezoek geweest. Ja hoor, dat mag. Zij mogen één gast ontvangen. Kopje koffie gedronken, een lekkere appeltaartpunt gegeten, smakelijk borreltje achterover geslagen, zeer aangenaam bijgekletst intussen. En terug naar Lommel dan maar. Waarom eigenlijk? Om de rest van de avond alleen te zitten en naar wat stomme tv-programma’s te staren? Morgen weet je niet eens meer wat je gezien hebt.

Maar je kunt het rekken tot je een ons weegt, op een bepaald ogenblik moet je toch overeind van die warme stoel en je autootje opzoeken. Dat liedje van Reinhard Mey zit opeens in mijn hoofd. Weet je nog? Het liedje waarvan het refrein als herkenningsmelodie gebruikt werd voor het Nederlandse radioprogramma Met het oog op morgen. “Gute Nacht Freunde, es ist Zeit für mich zu gehen. Was ich noch zu sagen hätte, dauert eine Zigarette, und ein letztes Glas im Stehen.” Ach, roken doe ik ook al niet. Afscheid. Dag Harry, dag Julienne.

Terug naar Lommel dus, via de ring. Het hoeft helemaal niet vlug deze keer. Het is al flink donker als voorbij de afslag naar de Groote Hoef de skyline van mijn stad opdoemt. Een winkelcentrum aan de linker- en een leeg hotel aan de rechterkant. Nog geen zes uur is het en wat ziet het er verlaten uit! De verlichte kerstbeer op de rotonde doet een vergeefse poging om me op te monteren. Er is geen levende ziel op straat. Zelfs bij de Turkse bakker zie ik geen enkele klant aan de toonbank.

Bijna thuis nu. Als ik eens gewoon verder reed, de Gestelse Dijk op, de brug over, naar Nederland? Voor ik het goed en wel besef, zie ik de wegwijzer naar Vossemeren. De nabije grens lokt me als het onweerstaanbare gezang van de Sirenen. Zal ik me even in het buitenland wagen? Als ik in mijn wagentje blijf, kan ik toch eigenlijk niks fout doen. Ik rijd zelfs even de parking van een warenhuis op. Ja, in Nederland blijven ze lang open. Neen, ik ga niet binnen. Ik heb trouwens niks nodig. Toch weer veel Belgische nummerplaten hier.

Op de terugweg passeer ik een tankstation. De diesel is hier flink wat goedkoper dan bij ons, vertelt me de lichtreclame. Over de brug sla ik rechtsaf, langs ‘Zonneweelde’ en De Soeverein. Ook dat stijlvolle bouwwerk straalt troosteloze leegheid uit. Thuis weigert de afstandsbediening van mijn garagedeur dienst. Handbediening dan maar. Het is koud binnen. Pol, de huiskater, begroet me met een ‘miauw’ die geen vertaling behoeft. “Ik heb honger”, betekent het.

Ik draag de vuilniszakken naar buiten, geef het beest waar het naar snakt, pruts wat aan de thermostaat, plof in de relaxzetel, tast naar de remote control en bereid me voor op een lange avond stompzinnig ‘kassie kijken’.

Morgen moet ik naar het ziekenhuis. Voor de zoveelste behandeling.


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio