Aangeboden door Argenta

© Getty Images

Sparen of beleggen?

Niet of-of maar en-en

Het idee dat je ofwel een spaarder ofwel een belegger bent, is achterhaald door de feiten. In veel gevallen is het verstandig om sparen met beleggen te combineren. We leggen uit hoe dat komt en hoe je met een gerust gemoed aan beleggen kunt beginnen.

Sparen moet

Er zijn niet veel dingen die moeten in het leven, maar sparen hoort daar wel bij. Als je elke maand je volledige inkomen uitgeeft of zelfs in het rood gaat, dan heb je een probleem. Er kunnen plots onverwachte kosten zijn – een defecte koelkast, je auto die het begeeft, ziekte of ontslag – en dat is het moment dat je onmiddellijk een beroep moet kunnen doen op je spaargeld.

De eerste regel van verstandig geldbeheer is en blijft dan ook een spaarbuffer aanleggen. Hoeveel die precies moet bedragen, hangt af van je persoonlijke situatie. Een goede vuistregel is dat je ongeveer zes maandlonen op je spaarrekening moet hebben staan. Dan kun je onverwachte kosten in principe wel de baas.

Sparen is niet ideaal

Sparen is echter niet alleenzaligmakend. Een spaarrekening is prima om geld voor onmiddellijke uitgaven achter de hand te houden, maar die centen brengen op termijn niets op. Tegenwoordig is het rendement op spaarrekeningen zo laag dat het niet opgewassen is tegen de inflatie. Inflatie betekent dat alles elk jaar een beetje duurder wordt (momenteel 0,79% per jaar). Op een moment dat het wettelijke minimum van basisrente plus getrouwheidspremie op 0,11% staat, ben je dus elk jaar een beetje geldwaarde kwijt. En na pakweg tien jaar loopt dat al aardig op – in negatieve zin. Ter vergelijking: met een gemengde beleggingsportefeuille (aandelen en obligaties) zou je tussen 2009 en 2019 een gemiddeld rendement van meer dan 7% hebben gerealiseerd.

Beleggen als aanvulling

Beschik je over een spaarbuffer van zes maanden en is er nog geld dat je kunt missen? Dan is het mogelijk een goed idee om te beleggen. Wanneer je het op een verstandige en voldoende gespreide manier aanpakt, biedt beleggen op de lange termijn een veel grotere kans op rendement dan klassiek sparen. Er is aan beleggen natuurlijk ook meer risico verbonden. Maar wanneer je kiest voor een goed beheerde portefeuille en de tijd zijn werk laat doen, is de kans groot dat je er financieel beter van wordt.

Beleggen, hoe begin je eraan?

De eerste stap naar de beurs kan wat onwennig aanvoelen, maar die drempel hebben veel mensen ondertussen al overschreden. In het eerste kwartaal van 2020 kochten Belgische gezinnen voor maar liefst 3,5 miljard euro aan aandelen. Ondertussen beleggen (volgens een studie van Kantar Belgium eind 2019) meer dan 3 miljoen Belgen in aandelen, fondsen, obligaties, tak-23 levensverzekeringen enzovoort. Het gaat dus zeker niet alleen over grote beleggers die voor duizenden euro’s investeren. Er zijn net zo goed mensen die enkele tientallen euro’s beleggen – en alles daar tussenin kan ook. Bij Argenta kun je bijvoorbeeld al beleggen vanaf 25 euro per maand.

De eerste stap

De eerste stap naar beleggen bestaat uit een blik op je spaarrekening en je budget. Beschik je over een voldoende grote spaarbuffer en wil je proberen om met een ander deel van je geld dat je niet direct nodig hebt hogere rendementen te halen, neem dan contact op met je kantoorhouder. Hij of zij kan je helpen om te bekijken hoeveel risico je kunt en wilt nemen. Hoe langer je je geld kunt missen, hoe meer risico je kunt nemen en hoe groter de kans op een hoger rendement. Maar er is niks mis mee om minder risico te nemen en tevreden te zijn met mogelijk minder rendement.

Wat is mijn risicoprofiel?

Banken zijn sinds enkele jaren wettelijk verplicht om met elke klant die wil beleggen een vragenlijst te doorlopen die uitsluitsel geeft over je financiële situatie, je kennis over beleggen en je verwachtingen. De bank kan je vervolgens de financiële producten voorstellen die bij jou passen.

De kantoorhouder stelt je om te beginnen een aantal vragen over je inkomsten, uitgaven en spaargeld. Zo kun je in samenspraak bepalen hoeveel geld je kunt missen en wat je wilt beleggen. Uiteraard hak jij (en alleen jij) deze knoop door.

Weet je alles over beleggen of zet je nog maar je eerste stapjes in deze wereld? Relax: de vragenlijst is geen examen. De kantoorhouder moet wel weten wat je begrijpt van beleggen zodat hij zijn uitleg daaraan kan aanpassen.

Ook je verwachtingen en doelstellingen passeren de revue. Ben je bereid om meer risico’s te nemen voor meer potentieel rendement? Of ben je meer het voorzichtige type? Ga je eerder voor de korte termijn (drie jaar) of heb je zeeën van tijd om geld opzij te zetten? Dat zijn allemaal aspecten die je risicoprofiel bepalen. Na het gesprek weet je welk risicoprofiel je hebt. Bij Argenta zijn er vier profielen: zeer voorzichtig (zeer defensief), voorzichtig (defensief), neutraal en dynamisch.

Beleggen in stukjes

Je risicoprofiel is niet allesbepalend. Het gaat ook over wat je met welk deel van je geld wilt doen. Misschien wil je wel meer risico nemen met het geld dat je bestemt voor je pensioen (zeker als dat nog ver weg is). Misschien is er een deel van je geld dat je wel dynamisch wilt beleggen, terwijl je het grootste deel heel voorzichtig wilt laten evolueren. Dat kan allemaal.

Hoe gaat dat beleggen in zijn werk?

Zeker als beginnend belegger is het niet verstandig om meteen eigenhandig aandelen, obligaties, fondsen of trackers te gaan kopen. Je hebt behoefte aan iemand die door de bomen het bos ziet en dagelijks de beleggingen opvolgt. Zoals de fondsbeheerders van Argenta Asset Management. In dit artikel vertellen ze hoe ze te werk gaan.

Wat brengt meer op, sparen of beleggen?

Wat sparen opbrengt, weet je ondertussen. Zeer weinig of niets, maar het blijft nodig om genoeg geld achter de hand te houden voor onverwachte uitgaven.

Wat zou beleggen kunnen opbrengen in vergelijking met sparen? Argenta ontwikkelde hiervoor de Beleggingssimulator. Hiermee kun je berekenen hoeveel jouw spaargeld kan opbrengen binnen een bepaalde periode en voor een bepaald risicoprofiel. De simulator geeft je in één oogopslag de opbrengst en het rendement voor drie mogelijke toekomstscenario’s en vergelijkt de uitkomst met wat een spaarrekening zou opbrengen.