‘HBvL Sportcast’ met Dimitri de Condé: “We mogen als club meer opkomen voor onze rechten”

Print

HBVL SPORTCAST TRAILER. Video: luc daelemans

De sportredactie van Het Belang van Limburg pakt vandaag uit met ‘HBvL Sportcast’. In deze maandelijkse podcast praten onze journalisten en analisten met prominente figuren uit de Limburgse sportwereld. Aftrappen doen we met Dimitri de Condé. De TD van KRC Genk heeft het onder andere over de coronacrisis, het afgelopen voetbalseizoen en de start van de nieuwe competitie.

Voor jouw luistergemak kan je best de podcast downloaden door te klikken op het pijltje rechts boven de aflevering.

We vallen meteen met de deur in huis: kan KRC Genk dit seizoen de titel pakken?

Dimitri de Condé: “In voetbal kan alles, dus in principe moet je altijd voor het hoogst haalbare gaan. Maar ik denk niet dat wij voldoende stabiel zijn om nu te roepen dat we titelkandidaat zijn. Maar zeg nooit nooit. Als we een beetje geluk hebben met blessures en goed kunnen starten...”

De voorbije seizoenen was top zes en het daaraan verbonden play-off 1-ticket de ambitie. In het nieuwe format moeten jullie daarvoor binnen de top vier eindigen. Is dat dan het nieuwe doel?

“Ja, sowieso. De druk zal dit jaar iets hoger zijn, maar gezien de club die we zijn en met het materiaal dat we hebben moet het onze ambitie zijn om play-off 1 te spelen en daarin te verrassen.”

Hoe groot is het voordeel dat coach Hannes Wolf nu de volledige voorbereiding heeft meegemaakt?

“Dat is heel belangrijk. Ik denk dat Hannes heel erg blij is dat hij door de coronacrisis veel tijd heeft gehad. Hij kent de ploeg steeds beter en de spelersgroep maakt zich zijn manier van spelen, met veel intensiteit, meer en meer eigen.”

Wat is zijn belangrijkste kwaliteit?

“Die intensiteit. Toen Hannes hier vorig jaar aankwam, heeft hij onmiddellijk de fysieke resultaten van de spelers opgevraagd en vergeleken met de Bundesliga. Hij was er niet trots op. Nu zijn die resultaten veel beter. Dat is iets waar hij echt op staat.”

Wat vind je van de voorbereiding?

“De honger is er, die was er vorig jaar niet. Toen voelde je dat iedereen na die titel dacht dat het wel los zou lopen. Dat is nu omgekeerd. We beginnen heel intens aan de wedstrijd en houden dat ook vol. Wat ik minder vind, is het gebrek aan extra kwaliteit in de offensieve zone. De beslissende pass en op het juiste moment rust aan de bal. Dat is nog zoeken.”

Er zijn een aantal blessures, vooral op het middenveld.

“Dat is een probleem, omdat de geblesseerden niet de minsten zijn. We wisten dat Bryan Heynen en Kristian Thorstvedt de competitiestart net niet zouden halen en hadden gehoopt dat Eboué Kouassi de voorbereiding goed zou doorkomen. Dat hij met malaria terugkeerde uit Ivoorkust, was dus erg ongelukkig. Maar ik ben hoopvol. Bryan en Kristian komen eraan en Eboué heeft tegen Lens zijn eerste minuten gemaakt. De competitie begint misschien twee weken te vroeg, maar dat is een kans voor anderen om zich te tonen.”

In een interview met onze krant vertelde Cyriel Dessers dat voor hem het beste nog moet komen. Je voelt wel dat er nu al erg veel van hem verwacht wordt. De druk zal groot zijn.

“Absoluut. Dat voelden we al vanaf de eerste oefenwedstrijd, toen hij niet scoorde en een beetje ongelukkig was in de afwerking. Maar ik denk dat hij altijd zijn doelpunten zal maken. Je ziet dat aan zijn afwerking op training, de kwaliteit is erg hoog. Dat was destijds ook zo met Jelle Vossen. Als die jongens tien keer mogen afwerken, scoren ze acht keer.”

De transferperiode loopt nog een hele tijd. Wat zijn jullie nog van plan?

“Allereerst willen we iedereen aan boord houden. We hebben met Joakim Maehle en Jhon Lucumi twee jongens die heel gegeerd zijn. Die moeten we hier houden, en dat gaan we doen. Daarnaast halen we met Gerardo Arteaga een linksachter. De papieren zijn nog niet allemaal in orde, maar we gaan ervan uit dat hij op korte termijn kan aansluiten. En dan is er nog één positie die op tafel ligt, die van een balvaste, creatieve middenvelder. Op die plaats maakten een aantal eigen opgeleide jongeren indruk tijdens de voorbereiding. Maar ze zijn extreem jong en nog niet in staat om de ploeg een heel seizoen lang te dragen.”

Jullie zijn niet gespaard gebleven van het coronavirus. Eerst Paul Onuachu en nu Maarten Vandevoordt. Hoe erg is het voor hem dat hij opnieuw zo veel pech heeft?

“Dat is heel jammer, maar het is ook niet het einde van de wereld. Maarten heeft geen symptomen dus hij zal geen fysieke terugval hebben. Over een paar dagen is hij weer topfit en helemaal klaar voor de strijd.”

Corona is ook voetballen zonder publiek. Dat voelt een beetje aan als kijken naar een horrorfilm zonder de enge muziek?

“Het voelt inderdaad redelijk zakelijk en academisch aan. Leuk is het niet, maar niet spelen is ook geen optie. We zullen allemaal heel blij zijn als we terug met z’n allen naar het stadion kunnen.”

De voorbije weken was er meer spektakel naast dan op het veld. Wat daarbij vooral opviel is het egoïsme van voetbalclubs. Hoe heb jij dat beleefd?

“Ik ben niet verrast, maar het was extremer dan ik gedacht had. Ik vind dat we hier met het Belgische voetbal niet goed uitkomen. Het sportieve is niet de prioriteit geweest, iedereen heeft voor zijn club er het maximale proberen uit te halen. Dat heeft te maken met het gebrek aan sportieve mensen binnen het beslissingsvermogen van de Pro League. Het zijn allemaal zakenmensen die eerst uitgaan van formats en geldissues. Ik zou liever hebben dat er ook sportieve iconen hun zegje zouden mogen doen, zoals dat in Nederland en Duitsland het geval is.”

Heb je uit al dat pokeren en lobbyen iets bijgeleerd?

“We mogen als club meer opkomen voor onze rechten en meer ons DNA uitdragen. Zo mogen de beloften van Club Brugge aantreden in 1B, iets waarvoor mijn collega bij de jeugd Roland Breugelmans al jarenlang vaandeldrager is. Op een issue dat voor ons heel belangrijk is, worden wij nu gepakt. Dat zijn dingen waarvan ik vind dat wij als club met de borst vooruit moeten zeggen dat het niet ok is. Dat heeft niks te maken met wie de plaats wel krijgt. Maar dit raakt echt onze sportieve werking, en het sportieve moeten wij met hart en ziel verdedigen.”

18 ploegen is uiteindelijk het resultaat. Kan je daarmee leven?

“Het was niet het format dat wij wilden, maar we kunnen hier mee leven. We moeten ons wel afvragen of er op termijn plaats is voor 18 ploegen, want de tendens is al jaren dat we naar minder clubs gaan omdat sommigen het nu al moeilijk hebben. En dan moet de coronafactuur nog komen.”