vrijdag 28 februari 2020 - Nieuws
camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Als grondlegger van Blue Army on Wheels was Tim Smeers (midden) aanwezig op elke uit- en thuiswedstrijd van KRC Genk. rr

Het laatste woord

Koning van de rolstoelsupporters

Genk, Tim Smeers, 1985-2020.

Door een spierziekte zat Tim Smeers sinds zijn achtste in een rolstoel. Maar dat weerhield hem er niet van om te reizen, naar het voetbal te gaan en te sporten. “Tim deinsde voor niets terug.”

Door

Juni 2000. In de aanloop naar de bekerfinale van KRC Genk tegen Standard in het Koning Boudewijnstadion informeert Tim Smeers bij zijn club en bij de Belgische voetbalbond of hij de match kan bijwonen in zijn rolstoel. Het antwoord is ontnuchterend: er is amper plaats voor rolstoelen, Tim zal de match op een andere manier moeten volgen.

“Die botte weigering maakte iets los bij Tim en zijn papa”, zegt zijn oom Maurice Bielen. “Ze vonden het niet kunnen dat Tim door zijn beperking zijn ploeg niet kon aanmoedigen.” Vader en zoon vatten de koe bij de horens en richtten met lotgenoten een eigen supportersclub op: Blue Army on Wheels, de eerste supportersclub voor mensen met een beperking in België.

“Sindsdien zitten we regelmatig samen met de Pro League en de voetbalbond, maar ook met andere voetbalclubs, die naar ons voorbeeld een werking zijn begonnen”, zegt Maurice. Tims oom is voorzitter van Blue Army on Wheels, dat tweehonderd leden telt en elke thuismatch zo’n zestigtal rolstoelers ontvangt in de Luminus Arena.

Citytrips

Tim was ook het gezicht van BAOW: hij was aanwezig op elke match van Genk, zowel bij thuis- als uitwedstrijden. Met een liftbus geraakte hij waar hij moest zijn. “In het begin reed hij na elke thuisoverwinning het plein op met zijn elektrische rolwagen”, grinnikt Maurice. “Tot dat niet meer mocht. Tims bijnaam was Schumacher, omdat hij zo vlot zijn rolstoel kon bedienen.”

“Tim liet zich door niets of niemand tegenhouden”, zegt Willy Haesen, nog een oom, die samen met zijn vrouw Marleen als een tweede thuis fungeerde voor hun neef. “Tim was altijd goedgezind, nooit heeft hij geklaagd. ‘Ik ben niet gehandicapt, ik kan alleen niet lopen’, zei hij altijd. Hij focuste zich op wat hij wel nog kon en relativeerde zijn beperking door te verwijzen naar mensen die slechter af waren dan hij.”

Voor Tim waren er geen grenzen, letterlijk en figuurlijk. “Vier jaar geleden kwam mijn kleinzoon levenloos ter wereld”, zegt Willy. “Op de terril van Winterslag staat er een gedenkplaatje voor hem. Omdat Tim daar niet kon geraken, heeft hij eens een quadrolstoel gehuurd om samen met ons de terril te beklimmen. Tim ten voeten uit: positief, gedreven. Hij deinsde voor niets terug.”

Als vaste begeleider van Tim ging Willy vaak met hem op stap. Ze gingen op reis naar Londen, New York, Barcelona en Parijs. “Die citytrips regelde Tim met zijn vrienden”, zegt Willy. “Het enige wat ik moest doen, was met hem meegaan om hem te helpen. Ik had nog nooit met het vliegtuig gereisd. De eerste keer dat Tim naast mij zat, was hij degene die mij geruststelde. Een crème van een gast.”

Geen zittend gat

Willy en Marleen supporterden op hun beurt voor Tim als hij e-hockey speelde bij zijn clubs Rhodie in Diepenbeek en Black Scorpions in het Nederlandse Beek. “E-hockey wordt gespeeld door mensen in een elektrische rolstoel”, zegt Willy. “Een ploeg bestaat uit vijf spelers met een verschillende handicap. Sommigen kunnen hun armen gebruiken en zelf hun hockeystick vasthouden. Tim heeft dat een tijdje gekund, maar toen dat niet meer ging, hebben ze zijn stick aan zijn rolstoel vastgemaakt. Daardoor speelde hij de laatste jaren als verdediger.”

Tim schopte het zelfs tot de nationale ploeg, waarmee hij wedstrijden in het buitenland speelde. “Rome, München, Finland, Polen, Tsjechië”, somt Willy op. “Telkens met tien rolstoelers die het vliegtuig op moesten: vijf spelers en vijf reserven. In Tims geval betekende dat dat we zijn rolstoel moesten ontmantelen. Een hele onderneming, maar dat hield Tim niet tegen.”

Sinds zijn achtste zat Tim in een rolstoel. “Hij heeft eerst nog een tijdje gestapt, met beugels en een rollator”, zegt Marleen, Tims tante. Dat Tim een beperking had, werd duidelijk toen hij als baby pas na achttien maanden erin slaagde om rechtop te zitten. “Hij is altijd thuis blijven wonen, bij zijn papa en zijn zus, en later met zijn plusmama Sandra en haar kinderen, die hem goed verzorgden.”

Werken zat er niet in voor Tim, hij kon zijn handen niet goed gebruiken. Tot zijn 21ste ging hij naar school in het buitengewoon onderwijs in Sint-Gerardus in Diepenbeek, daarna bleef hij thuis. Maar stilzitten was niet aan hem besteed. Tim had elke dag wel iets te doen.

Orgaandonatie

Het laatste jaar was zwaar voor Tim. De spierziekte had zijn longen aangetast, hij had vaak zuurstof nodig. Na een hartstilstand in december 2018 verbleef hij zeven maanden in het Leuvense Gasthuisberg, daarna verhuisde hij naar het revalidatieziekenhuis Inkendaal in Sint-Pieters-Leeuw. In juni 2019 nam hij zijn intrek in dienstencentrum ‘t Klavertje in Houthalen-Helchteren. “Sporadisch kwam Tim nog op bezoek bij ons en zijn ouders”, zegt Willy. “Maar voorgoed terugkomen, zat er niet meer in.”

In februari kwam Tim door zuurstofgebrek in een uitzichtloze coma terecht. “De dokters vroegen of zijn familie wilde meewerken aan orgaandonatie. Door zijn hart, twee nieren en een lever af te staan, heeft Tim het leven van vier mensen gered, zonder dat hij het wist. Maar als ze het hem gevraagd hadden, dan was hij vast akkoord gegaan.”

Nieuwe Video's