vrijdag 31 januari 2020 - Nieuws
camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

 

Het laatste woord

Jef werd dankzij zijn engagement bijna patroonheilige van zijn schutterij

Met een familie die drie generaties leden afleverde en engagementen op regionaal, Vlaams en landelijk niveau, was Jef Baens haast een patroonheilige van zijn eigen schutterij. Hij gaf er vijftig jaar van zijn leven aan.

Door

Op het einde van het gesprek met Luc Baens, Jefs zoon, zegt hij dat er een beeldje bestaat van zijn vader. “Dat heeft de schutterij laten maken toen pa 22 jaar commandant was. De commandant is de degene die het bevel geeft tijdens optochten en iedereen in het gelid doet lopen. Pa heeft dat veertig jaar gedaan. Op het einde van dit jaar zou hij gevierd worden vanwege zijn vijftigjarig lidmaatschap. Maar hij zal het niet meer meemaken.”

Een halve eeuw lid van schutterij Sint-Hubertus in Molenbeersel, waarvan de helft als voorzitter: Jef Baens was niet alleen het uithangbord van zijn schutterij, hij viel er zowat mee samen. Op het hoogtepunt waren hij, zijn vrouw en hun vier zonen lid.

“Elke zaterdag en zondag van paasmaandag tot oktober waren wij op de schutterij”, herinnert Luc zich. Dat zijn veel zakjes chips en flesjes cola. Maar ook: veel gezelligheid, kameraadschap en plezier, precies wat Jef zo aantrok in de schutterij. “Het was een deel van ons leven”, aldus Luc.

Erekruis

Jef deed met zijn familie aan buksschieten. Daarbij is het de bedoeling dat je met een buks, een geweer dat twee meter lang is en vijftien kilo weegt, houten blokjes afschiet op een schietboom van zestien meter hoog. De schietboom staat negen meter verder opgesteld dan de aanlegpaal, waar het geweer op rust. Zo kan de schutter de terugslag opvangen en het geweer langdurig schuin opwaarts naar de blokjes richten.

Als voorzitter was Jef het aan zijn stand verplicht om een uitmuntend schutter te zijn. Hij bezat een dertigtal erekruisen – eretekens voor wie op een schietwedstrijd 102 keer een feilloos schot volbrengt. Een zenuwslopende aangelegenheid, zo blijkt. “Je komt maximum 17 keer aan de beurt. Per beurt moet je zes keer raak schieten”, legt Luc uit. “Als je één keer mist, is het afgelopen.”

Jef had ervaring en een vaste hand, het belangrijkste voor een goede schutter. Zijn vader overwon er zelfs een manifest gebrek mee, zegt Luc. “Pa had een verminderd zicht: door één oog zag hij nog maar dertig procent. Maar toch bleef hij de erekruisen opstapelen. Tot aan zijn dood heeft hij goed geschoten.”

Het talent bij de Baensen blijkt erfelijk te zijn. Ook Jefs zoon Luc en diens zoon Sven zijn begenadigde schutters. Langer geleden, tijdens een editie van het Oud Limburgs Schuttersfeest (OLS), de hoogdag voor alle schutterijen, maakte Luc met zijn vader en moeder deel uit van het zestal, de zes beste schutters die hun vereniging vertegenwoordigen.

Sabel en snor

Een schutterij hangt aaneen van de tradities en van herkenbare klederdracht. Er is uiteraard het uniform, maar als commandant droeg Jef ook een sabel en een mantel tijdens optochten. Op die momenten straalde hij gezag uit. “Hij had er ook het postuur voor”, zegt Luc. “Pa kon een strenge blik opzetten – mogelijk hielp zijn snor daarbij.” Zulke optochten zijn geen bijkomstigheid, stipt Luc aan. “Op een schuttersfeest word je tijdens de optocht gejureerd. Pa was er goed in: als commandant heeft hij veel prijzengeld verzameld voor de schutterij.”

Jef Baens in het uniform van zijn schutterij Sint-Hubertus in Molenbeersel. Als commandant deed hij zijn troepen in het gelid lopen, met succes. rr

Luc volgde zijn vader intussen op als voorzitter van de schutterij, wat hij een hele eer vindt. “Pa is voorzitter gebleven tot aan zijn dood. Hij kreeg het niet over zijn hart zijn functie op te geven. Hij had pancreaskanker, maar bleef ondanks de slechte prognoses geloven in een goede afloop. Tijdens het laatste OLS heeft hij nog de eerste prijs gewonnen tijdens de optocht. Twee dagen later ging hij het ziekenhuis in voor een operatie. Hij zou er negen weken blijven.”

Altijd buiten

Jef werkte 25 jaar als sanitair installateur en gaf zijn beroepskennis daarna door aan mijnwerkers die zich wilden omscholen. Maar eigenlijk was hij een manusje-van-alles, zegt Luc. “Mijn broers en ik hebben onze huizen zelf gebouwd en verbouwd. Daar is dankzij pa geen enkele metselaar aan te pas gekomen.”

In zijn vrije tijd kweekte Jef vogels en was hij graag bezig in zijn tuin, die vol zat met parkieten, pauwen, eenden en kippen. “Pa was altijd buiten”, aldus Luc. “In de zomer moest je voor tien uur ‘s avonds niet aanbellen bij hem. Hij hoorde het toch niet, hij zat dan in zijn hof.”

Jefs grootste verdriet was de dood van zijn zoon Ferdi, die in 1994 stierf. Na de overwinning van de Rode Duivels op Nederland tijdens het WK die zomer viel Ferdi tijdens de viering van een auto. Ook de dood van zijn kleindochter Tine tekende hem.

Toen hij de diagnose van pancreaskanker kreeg, was Jef er heilig van overtuigd dat hij zou genezen. Hij liet zich opereren door de Limburgse topchirurg Baki Topal. Maar het gezwel kwam terug, chemo was nodig. In november, tijdens het Hubertusfeest, stond Jef er nog in vol ornaat. Zelfs toen was hij er zeker van dat hij er volgend jaar weer zou staan. “Ze moesten zich maar eens vergist hebben.”

Nieuwe Video's