Een jaar wachten op eerste steen: wie wil (ver)bouwen moet geduld hebben

Print
Een jaar wachten op eerste steen: wie wil (ver)bouwen moet geduld hebben

Foto: Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Door de lage woonrente, het afschaffen van de woonbonus en de schrik voor de almaar strengere en duurdere energiemaatregelen puilen de orderboekjes van aannemers uit. Bij meer dan één op de tien moet je al negen maanden wachten om aan je droomhuis te kunnen beginnen. “Een jaar wachten is geen uitzondering meer”, klinkt het ook bij de Orde van Architecten.

Bouwondernemer Jos Dejongh uit Kalmthout weet wat gedaan de komende maanden. Tot eind juli zit zijn orderboekje propvol. “Mijn bouwbedrijf is gespecialiseerd in ruwbouw, en daar begint alles mee. Maar daarna heb je nog veel volk nodig om alles netjes af te werken.” Ook voor loodgieters, elektriciens, keuken- en badkamerspecialisten lopen de wachttijden op. Uit het derde kwartaal van de Bouwbarometer blijkt dat één op de tien ondernemers pas binnen de negen maanden kan beginnen aan een nieuwe opdracht. Ongeveer de helft van de bedrijven (46 procent) zit drie tot zes maanden vast.

“Meestal gaat het om een wachttijd van zes maanden en meer, en dat is gemiddeld voor alle beroepen in de bouw”, reageert Véronique Vanderbruggen van de Confederatie Bouw. “Die wachttijd geldt voor getekende offertes, het kan dus goed zijn dat je akkoord bent gegaan met een opdracht en de bijhorende prijs, maar dat de aannemer niet meteen kan beginnen. In werkelijkheid lopen de termijnen hoger op.”

Woonbonus

Een jaar wachten op die eerste steen is geen uitzondering meer, bevestigt ook de voorzitter van de Orde van Architecten Marnik Dehaen. “De voorbije maanden is door het afschaffen van de woonbonus het aantal aanvragen fors gestegen”, reageert de gedelegeerd bestuurder van de Bouwunie Jean-Pierre Waeytens. “Veel mensen wilden nog snel een huis kopen, dat het liefst ook nog eens gerenoveerd wordt.”

Het kon en kan nog steeds, dankzij die lage woonrente, aldus Waeytens, maar renoveren of verbouwen kost ook geld. Tegen 2050 wil de Vlaamse regering dat iedere woning even energiezuinig is als een nieuwbouw die vandaag wordt gebouwd. “De komende dertig jaar moeten tot 3 miljoen woningen energetisch geïsoleerd worden. En dat kost geld. De angst voor het onbetaalbaar worden van een woning zit er bij veel mensen in, waardoor ze nu in actie schieten en nog snel willen (ver-)bouwen”, zegt Waeytens.

Tekort aan vakmannen

Voor al die droomhuizen is er natuurlijk personeel nodig. En dat is er niet. Volgens de laatste statistieken van sectorfonds Constructiv waren er in april 2.376 vacatures in de bouw, vijf procent meer dan een jaar eerder. “Het aantal stijgt jaar na jaar”, zegt Waeytens. Jammer genoeg voelen nog maar weinig mensen zich geroepen om in het vak te stappen.

“Jaarlijks studeren tachtig jongeren af in alle afdelingen van de bouwscholen”, zegt Vanderbruggen. “En dat terwijl onze sector gemiddeld 15.000 werkkrachten nodig heeft. De digitalisering van de bouw, met almaar meer domotica, vereist bovendien aangepaste profielen. Daarvoor zijn extra, interne opleidingen nodig.”

Of mensen überhaupt nog aan bouwen of verbouwen moeten beginnen? “Het is niet alleen een droom, maar ook een basisbehoefte”, besluit Vanderbruggen. “De duurzame evolutie die we nu aan het maken zijn is goed voor ons. Dan is een paar maanden wachten geen reden om er niet aan te beginnen.”