© Luce Rutten

COLUMN Zeg nooit nooit

Luce Rutten schrijft een column over het dagelijkse leven in Tessenderlo.

Luce Rutten

Als klein meisje probeerde ik net als mijn vriendinnetjes verschillende rollen uit: poppenmoeder, winkelierster, schooljuffrouw. Maar daarnaast speelde ik in het diepste geheim ook ‘schrijvertje’. Van pa kreeg ik een lijntjesschrift met een kleurige kaft. Dat schriftje werd een schatkamer waarin al mijn zelfverzonnen verhalen en versjes een veilig onderkomen vonden. Als tiener kon ik een podiumplaats scoren in een paar opstelwedstrijden en putte daaruit het lef om mijn schrijfsels de wereld in te sturen, op zoek naar een publiek. Die wereld was aanvankelijk slechts een schoolkrant groot maar breidde zich later voorzichtig uit naar studentenblad, vakblad voor onderwijs of bibliotheek, een plaatselijk krantje van boerenbelang (het Boerenbelang), tot uiteindelijk hét Belang: dat van Limburg. Bevriende kunstenaars lieten dit wat schuwe schrijvertje proeven van het exposeren en declameren. Het smaakte naar meer. Naast joggen en wandelen werd ook podia beklimmen een geliefde sport.‘Niemand is sant in eigen land,’ meent het gezegde. Toch mocht ik twee jaar dorpsdichter van Tessenderlo spelen. Tot mijn verbazing werd ik steeds vaker bestookt met de vraag naar een bundel. Geen haar op mijn hoofd dacht er echter over om mijn geesteskinderen in ploegverband het hindernissenparcours naar publicatie op te jagen: veel te veel gedoe voor een resultaat dat je nauwelijks aan de straatstenen kwijt kunt. Maar zeg nooit nooit …

Als comitélid bij Levensloop maakte ik kennis met Professor Johan Swinnen, die in Leuven kankeronderzoek verricht op wereldniveau. Een bezoek aan zijn labo bracht in mijn hoofd een plan op gang. Het wou van geen wijken meer weten: ik moest en zou op mijn eigen manier een steentje bijdragen in het beteugelen van de ziekte die zo veel ravage had aangericht in mijn leven. Een kwarteeuw geleden werd ik van de ene dag op de andere gebombardeerd tot kankerpatiënt met een zorgwekkende prognose. Een resem therapieën rukte in slagorde op en de vijand droop af. Om zijn troepen te hergroeperen, zo bleek. Tien jaar geleden haalde het venijnige heerschap opnieuw uit. En dit keer nam meneer K niet alleen mij te pakken. In zijn andere klauw hield hij tegelijkertijd mijn jongere zus in een wurggreep. Zij kreeg geen schijn van kans. Twee jaar geleden maaide K dan ook nog eens twee dierbare vriendinnen van me weg.Dankbaar voor de extra time die ik zelf kreeg en verdrietig om het lot van mijn minder fortuinlijke dierbaren dook ik in mijn verzameld werk en destilleerde er een bundel uit, integraal ten voordele van het Leuvens Kankerinstituut. In dat boekje kijk ik terug op mijn leven zoals je door een fotoalbum bladert. De tijd legde een verzachtende sluier over de beelden. Ragfijn, zoals de knisperende pergamijnen tussenbladen in de albums van weleer. Kunstenaar Paul Frison uit Paal vulde de verzen gul aan met tekeningen. Ook hij heeft nauwe voeling met de ziekte: zijn dochter én zijn vrouw zijn survivors.

Op de avond van de bundellancering – full house in ons cultuurhuis - is de complete oplage van 400 exemplaren uitverkocht. Of dat overdonderend succes naar meer smaakt? Dit was een eenmalig project, met een heel speciaal doel. Een tweede bundel komt er niet, nooit!

Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio