Aangeboden door Ministerie van Defensie

Nieuwe dreigingen en conflicten

Zo beschermde de NAVO Europa sinds de Koude Oorlog

Print
Zo beschermde de NAVO Europa sinds de Koude Oorlog

Foto: Shutterstock.com

In 1989 geleden viel de Berlijnse Muur. Daarmee leek de Europese defensiepolitiek, gebaseerd op samenwerking in de NAVO, plots achterhaald. Nieuwe soorten dreigingen leren echter dat samenwerken meer dan ooit nodig is.

Dit jaar herdenken we drie historische momenten: 75 jaar geleden werd België bevrijd, 70 jaar geleden werd de NAVO opgericht en 30 jaar geleden viel de Berlijnse Muur, waarmee een einde kwam aan de Koude Oorlog. Volgens historicus Francis Fukuyama had de Westerse democratie gezegevierd en was het 'einde van de geschiedenis' aangebroken.

Helaas had Fukuyama het bij het verkeerde eind. De voorbije 30 jaar zijn er nog tal van conflicten geweest. Die conflicten worden echter op een heel andere manier uitgevochten dan een klassieke oorlog. Daardoor zijn ook de rol en de taken van Defensie en van het NAVO-bondgenootschap mee geëvolueerd.

Samenwerken met oude tegenstanders

De NAVO werd opgericht om de lidstaten te beschermen bij een mogelijke inval door de landen van het Warschaupact. Toen die dreiging wegviel, besloten de lidstaten om met hun voormalige tegenstanders te gaan samenwerken. In 1991 werd de Noord-Atlantische Samenwerkingsraad opgericht, een overlegforum tussen de NAVO-leden en negen Midden- en Oost-Europese landen. In 1992 traden de leden van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (de opvolger van de Sovjet-Unie), Georgië en Albanië toe.

In 1997 werd de Noord-Atlantische Samenwerkingsraad vervangen door de Euro-Atlantische Partnerschapsraad, waarvan nu al 50 landen deel uitmaken. Vele van de voormalige tegenstanders werden volwaardig lid van de NAVO. Met het programma 'Partnerschap voor de Vrede' promoot de NAVO het vertrouwen tussen de NAVO-leden en andere landen in Europa en de voormalige Sovjet-Unie.

Een interactieve kaart met alle NAVO-lidstaten en partners vind je hier.

De Joegoslavische burgeroorlog

In 1991 verklaarden de deelstaten Slovenië en Kroatië van de Joegoslavische federatie zich onafhankelijk. Het federale Joegoslavische leger poogde deze tegen te houden, wat leidde tot de Joegoslavische burgeroorlog. Aanvankelijk aarzelden de NAVO-bondgenoten om in te grijpen in wat werd gezien als een intern conflict.

Naarmate de burgeroorlog in hevigheid toenam en duidelijk werd dat in Joegoslavië etnische zuiveringen aan de gang waren, kwamen de NAVO-landen in actie om die oorlogsmisdaden te beëindigen. Dit was de eerste operatie van de NAVO buiten het kader van de collectieve verdediging, zoals vastgelegd in artikel 5 van het NAVO-Verdrag.

NAVO-operaties in Joegoslavië

De NAVO zorgde voor een no-fly-zone om de burgerbevolking te beschermen. In september 1995 voerden NAVO-troepen een negendaagse luchtcampagne uit die een belangrijke rol speelde bij het beëindigen van de burgeroorlog. Aan deze operaties namen ook Belgische militairen deel. In december 1995 stuurde de NAVO een multinationale strijdmacht van 60.000 soldaten naar Joegoslavië om het vredesakkoord van Dayton te doen naleven.

In 1998 trad de NAVO nogmaals op tegen etnische zuiveringen in de regio Kosovo. Nadat het Servische leger zich uit Kosovo had teruggetrokken, zetten de lidstaten de KFOR-strijdmacht op poten. Deze garandeerde de veiligheid en bewegingsvrijheid voor alle inwoners van Kosovo, ongeacht hun etnische afkomst. Ook Belgische militairen vormden een deel van KFOR. De Belgen waren onder andere actief aan de rivier Ibar in Mitrovica, die de grens tussen het Servische en Albanese deel van de stad vormt.

KFOR-troepen garandeerden de veiligheid en bewegingsvrijheid voor alle inwoners van Kosovo. (Foto: Shutterstock.com)

De dreiging van het terrorisme

Aan het begin van de 21ste eeuw werd de wereld ruw geconfronteerd met een nieuwe dreiging. Op 11 september 2001 kaapte de terroristische groep al-Qaida vier vliegtuigen en liet deze onder andere neerstorten op het World Trade Center en het Pentagon. De aanslagen van 9/11 kostten het leven aan bijna drieduizend mensen. Voor het eerst in haar geschiedenis riep de NAVO de collectieve verdedigingsclausule (artikel 5) in. Waar de oprichters van NAVO uitgingen van een oorlog tussen natiestaten, was dit een heel ander soort conflict.

Latere aanslagen, in Istanboel in november 2003, in Madrid in maart 2004 en in Londen in juli 2005, in Parijs in 2015 en op Brussels Airport en de Brusselse metro op 22 maart 2016, maakten duidelijk dat gewelddadige extremisten overal kunnen toeslaan. De strijd tegen het terrorisme en de radicalisering zijn daarom een van de absolute prioriteiten van de NAVO en van Defensie in België.

De annexatie van de Krim door Rusland in 2014 en de agressieve acties tegen Oekraïne tonen aan dat ook de collectieve verdediging van de lidstaten ook vandaag een noodzaak blijft.


Na de aanslagen van maart 2016 bewaakten Belgische militairen mogelijke doelwitten. (Foto: Shutterstock.com)

Nieuwe aanvalsvormen

De laatste jaren wordt een nieuwe, digitale vorm van oorlogsvoering steeds frequenter en destructiever. 'Cyberaanvallen' proberen informatica- en communicatienetwerken lam te leggen. Via online sociale media verspreiden de tegenstanders desinformatie ('fake news') en propaganda.

Om deze dreigingen tegen te gaan, is 'cyberdefensie' een kerntaak van de NAVO en Defensie in België geworden. En net zoals ten tijde van de Koude Oorlog grote manoevers werden gehouden om de NAVO-legers voor te bereiden op een mogelijke inval, organiseert de NAVO tegenwoordig Cyber Coalition-oefeningen om het vermogen van de lidstaten om hun netwerken te verdedigen tegen aanvallen te trainen en te testen.