COLUMN Imago

Print
COLUMN  Imago

Foto: Luce Rutten

Tessenderlo - Luce Rutten schrijft een column over het dagelijkse leven in Tessenderlo.

Onlangs knepen mijn wederhelft en ik er even tussenuit om een stukje Centraal-Europa te verkennen. Onze medereizigers werden door het reisagentschap uit heel Vlaanderen samengeraapt. In zo’n bont gezelschap ligt de favoriete gespreksstof natuurlijk voor de hand: waar komen de anderen vandaan en wat doen (of deden) zij voor de kost. Zo levert je trip niet alleen kennis op over het bezochte land maar ook een pak weetjes over steden en gemeenten in het thuisland. Van de gelegenheid heb ik dit keer bovendien gebruikgemaakt om een klein onderzoek op te zetten naar het imago van onze gemeente bij de Vlaamse medemens.

Een dame uit Oostende wist Tessenderlo totaal niet thuis te wijzen op de kaart. Dat er wat industrie gehuisvest was, verder reikte haar kennis niet. Dat onze tongval niet Limburgs klonk had zij wel goed opgemerkt. Een jonge volbloed Mechelaar bleek tot onze verrassing zelf een aardig mondje Loois te spreken. Zijn ex was afkomstig uit Schoot, zo biechtte hij op. Tijdens familiebezoekjes moet hij zijn oren de kost gegeven hebben om zijn talenkennis bij te spijkeren. Wat zijn favoriete plekje in ons dorpje was, wilden wij weten. Hij dacht spontaan aan een restaurantje met verschrikkelijk lekkere pizza, zijn ogen gingen er tien jaar later nog van blinken en het water kwam hem weer in de mond. De naam van de zaak was hij kwijt, maar de geur en de smaak van het geserveerde duidelijk niet. Ook een tachtiger uit Boom bleek vooral met Schoot vertrouwd. Zijn vader kwam er tijdens de oorlog te voet vanuit het Antwerpse aardappelen kopen. Dankzij een Schoterse patattenboer heeft de Boomse familie de oorlog overleefd. De twee families zijn altijd bevriend gebleven en onze medereiziger is nog vaak mee op bezoek gekomen in Looi.

Toeval of niet, maar Tessenderlo bleek door ons gezelschap op allerlei manieren met voedsel te worden geconnecteerd.
Bankdirecteur Marc uit Wijnegem vergadert maandelijks in Looi met zijn collega’s uit andere filialen en na het werk wordt er getafeld zoals gebruikelijk bij zakenlui. Dat ze daarvoor niet meer terecht kunnen in De Oude Post vindt hij doodzonde, want de keuken was er uitstekend. Ons theatercafé wordt ook wel oké bevonden maar de Belfiussers hopen toch dat er een nieuwe Oude Post verrijst. Zonhovenaar Jos is minder lyrisch over zijn culinaire ervaring in ons dorp. Het etensluchtje op onze zondagse Zwarte Markt kon hem niet bekoren, om het beleefd uit te drukken. Toch valt die Zwarte Markt een wijdverbreide reputatie te beurt, ook bij onze reisgenoten. Een Lokers echtpaar uit onze bus kreeg haar zelfs eens op een kletsnatte zondag als ‘noodoplossing’ aangereikt door de hotelbaas in Hamont-Achel, waar het koppel op fietsvakantie was. Mensen in nood redden, daar zijn wij blijkbaar sterk in. De ene keer met oorlogspatatten, een andere keer met een overdekte rommelmarkt. Redder in nood: een titel om trots op te zijn. En die wekelijkse zure fastfoodwalm is in elk geval veel minder schadelijk – voor ons imago én voor de gezondheid - dan de fabrieksstank waarvoor Looi ooit berucht was bij iedereen die er wel eens over de autoweg passeerde.


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio