De insectenbeet die je allergisch maakt voor vlees, kaas en snoep

Print
De insectenbeet die je allergisch maakt voor vlees, kaas en snoep

Foto: shutterstock

De zomer begint morgen officieel. Tijd voor barbecues en terrasjes, maar jammer genoeg ook voor teken. De bloeddorstige parasieten zijn al jaren aan een opmars bezig in Vlaanderen en dragen een pak ziektes met zich mee. De ziekte van Lyme, bijvoorbeeld. Maar een beet kan ook leiden tot een zeldzame aandoening waarbij je onder meer allergisch wordt voor rood vlees.

Hans Van Dyck, gedragsbioloog aan de UC Louvain die zelf al twintig jaar aan de zogenaamde alfa-galallergie lijdt, mag geen rood vlees eten. Geen rundvlees, geen varkensvlees, niets van zoogdieren. Gevogelte mag gelukkig wel. Daarnaast is hij ook allergisch voor kaas- en melkproducten en gelatine. Snoep is dus ook uit den boze. “Op restaurant moet ik altijd de lastige klant spelen.”

Van Dyck herinnert zich zijn eerste reactie nog al te goed. “Plots kreeg ik enorme jeuk. In het midden van de nacht. Want alfa-gal is een erg atypische voedselallergie. Ben je allergisch voor pindanoten en eet je een Snickers, krijg je meteen een reactie. Bij alfa-gal is er een wachttijd van drie tot zes uur en dan zijn de symptomen des te heviger. Jeuk, netelroos, een opgezwollen huid, vooral het hoofd dan. Ik heb een aantal van zulke shockreacties gehad. Het was echt geen zicht. Mijn oren leken als die van een cavia naar beneden te komen. Ik werd kortademig, mijn hart ging sneller slaan...”

Zulke zware reacties kunnen alleen verholpen worden met zware middelen. “Antihistamines (die helpen tegen andere allergieën, nvdr.) volstaan dan niet. Je moet dan echt een cortisonespuit krijgen. Een medische bazooka afvuren op je lichaam om het weer tot bedaren te brengen, zeg maar.”

De insectenbeet die je allergisch maakt voor vlees, kaas en snoep
Hans Van Dyck. Foto: Dirk Vertommen

Twintig jaar geleden, toen Van Dyck zijn eerste reactie kreeg, “bestond” de alfa-galallergie eigenlijk nog niet. “Omdat het zo’n atypische allergie is, duurde het tot 2014 voor het fenomeen medisch bewezen werd”, zegt allergoloog Christine Breynaert (UZ Leuven). De voorbije twee jaar noteerde zij telkens een tiental nieuwe gevallen. “Heel uitzonderlijk dus, al zijn het er wel meer dan vroeger, maar dat komt natuurlijk omdat we er nu ook meer op letten.”