Werknemer wil opslag op basis van beroepservaring, maar vangt bot

Print
Werknemer wil opslag op basis van beroepservaring, maar vangt bot

Foto: Jordi Huisman/Hollandse Hoogte

De arbeidsrechtbank van Leuven heeft een 40-jarige man in het ongelijk gesteld in een geding met zijn gewezen werkgever over het niet betalen van een correct loon op basis van functie en anciënniteit. Loonbarema’s op basis van beroepservaring werken volgens de rechters leeftijdsdiscriminatie in de hand. De door de socialistische vakbond gesteunde vordering tegen het familiebedrijf in interieurbouw werd ongegrond verklaard.

Het vonnis dateert van april maar werd pas vrijdag ter beschikking gesteld. Een Kempense ex-werknemer eiste van een interieurbedrijf uit Leuven 20.822,5 euro aan achterstallig loon. In januari 2011 had hij een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur voor bedienden ondertekend. Als productievoorbereider tekende hij 3D-ontwerpen bij het familiebedrijf in interieurbouw op maat van de klant.

Na het volgen van een bijkomende opleiding in software werd de werknemer een functieclassificatieverhoging toegekend. Hij zou vanaf april 2017 een dubbele loonsverhoging krijgen. In mei van dat jaar verliet de man de firma.

De werknemer oordeelde dat de functieclassificatie en zijn anciënniteit niet correct waren berekend voor de periode van 17 januari 2011 tot 6 augustus 2013. Hij kaartte dat mondeling aan bij zijn leidinggevende, maar die wilde geen aanpassing doen. Daarop nam de werknemer zijn vakbond onder de arm. Bediendenvakbond BBTK afdeling Turnhout maande het bedrijf aan om het loon te regulariseren voor de gehele tewerkstellingsperiode. De onderneming weigerde eerdere dienstjaren mee te nemen bij het bepalen van de basiswedde. De toegekende anciënniteit bedroeg acht jaar. De ex-werknemer claimde een beroepservaring van tien jaar en zes maanden.

Voor de functieclassificatie wees de advocaat van de socialistische vakbond naar de overstap naar een nieuw softwareprogramma. Dat had het werk van het betrokken personeelslid efficiënter doen verlopen, ook al ging het niet om het aanleren van een nieuwe vaardigheid. De arbeidsrechtbank wees de eis over de functieclassificatie af op basis van “een essentieel verschil tussen ontwerp- en uitvoeringstekeningen”.

In de discussie over beroepservaring stonden de twee partijen lijnrecht tegenover elkaar. De werkgever beperkte zich tot “relevante beroepservaring”. De vakbond zette daar gepresteerde arbeid verworven tijdens de loopbaan én gelijkgestelde periodes tegenover. In die interpretatie wordt ook ervaring in totaal andere jobs of functies meegerekend, en zelfs periodes van langdurige inactiviteit. De teller blijft doorlopen bij een arbeidsongeval of ziekte, maar ook bij thematisch tijdskrediet en zelfs bij periodes van werkloosheid.

Beroepservaring op basis van anciënniteit houdt volgens de drie rechters “een indirecte discriminatie op grond van leeftijd” in. De arbeidsrechtbank oordeelde dat het begrip beroepservaring veel te ruim wordt omschreven.

Leeftijdsdiscriminatie leek in België sinds een tiental jaar weggewerkt. In 2009 had de Europese Commissie loonschalen op basis van leeftijd als discriminerend bestempeld en verboden. In de plaats daarvan sloten werkgevers en vakbonden cao’s over loonbarema’s op basis van beroepservaring en anciënniteit.

Koppeling van loon aan beroepservaring blijft overeind als die ervaring relevant is. Het Europees Hof van Justitie stelde in een arrest op 3 oktober 2006 dat “het belonen van beroepservaring die de werknemer in staat stelt zijn werk beter te verrichten een legitiem doel is bij het bepalen van het loon”.