Aangeboden door PiKANT!

© Luc Monsaert

Tien dingen die je niet wist over kant

Deze zomer is het Waterkasteel van Moorsel het adembenemend decor voor PiKANT!, een unieke tentoonstelling over kant. Kant is een luxueus weefsel met een geschiedenis van meer dan zes eeuwen. Wist je dat …

1. Kant is een ragfijn, bijna doorzichtig weefsel van dunne draden. Oorspronkelijk werden strookjes van dit weefsel gebruikt om de randen van linnen kleding te versieren. Vandaar de naam: dit weefsel werd gebruikt aan de kant van een kledingstuk.

2. Er bestaan twee hoofdtechnieken. Bij kloskant wordt een patroon op een kussen bevestigd. De kantwerken maakt een weefsel met draden die op klossen gewikkeld zijn. Tijdens het bewerken wordt het weefsel vastgezet met naalden, vandaar de Vlaamse benaming spellewerk. Bij naaldkant wordt er gewerkt met slechts één draad en een naald. Beide technieken kunnen ook gecombineerd worden, dat heet dan gemengde kant.

3. Halverwege de 16de eeuw geraakten gekartelde versiersels aan de rand van kledingstukken in de mode. Deze werden vaak uit kant vervaardigd. De Franse naam voor kant, dentelles, komt van deze tandvormige versiersels.

4. Brugge werd een centrum van de kantindustrie omdat het Zwin verzandde. Brugge verloor daardoor zijn haven, en de meeste handelaars verhuisden naar Antwerpen. Om rond te komen moesten veel huisvrouwen bijklussen als kantklosser.

5. Vanaf de zestiende eeuw werd het dragen van een kanten kraag mode. De Franse koning Hendrik II zou deze mode gelanceerd hebben om een litteken op de hals te verbergen. In de loop der jaren werden deze kragen steeds groter. De grootste modellen van deze 'molensteenkragen' moesten ondersteund worden door een metalen geraamte, de portefraes. In 1621 verbood de Spaanse koning Filips IV deze extravagante kragen.

6. De Antwerpse drukkersfamilie Plantijn handelde niet alleen in boeken maar ook in kant. De dochters van Christoffel Plantijn, Martine en Catharine, bouwden een lucratieve onderneming uit die kant exporteerde over heel Europa. In 1738 was kant het op één na belangrijkste exportproduct van Antwerpen, na diamant. In het Museum Plantin-Moretus bevindt zich een belangrijk archief over de kantindustrie.

7. Ten tijde van Lodewijk XIV importeerde Frankrijk gigantische hoeveelheden kant uit Vlaanderen en Venetië. Lodewijks minister van Financiën, Jean-Baptiste Colbert, liet daarom in verschillende Franse steden ateliers oprichten om inheemse kant te produceren. Deze Manufactures Royales des Poincts de France ronselden kantwerkers in Vlaanderen om Franse kantwerkers op te leiden. In Vlaanderen werd gedreigd met strenge straffen voor wie de geheimen van kantwerk aan de Fransen zou durven verraden.

Portret van Keizerin Maria-Theresa, collectie Musea Brugge, © www.lukasweb.be – Art in Flanders vzw, foto Hugo Maertens

8. De Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia was een grote fan van Vlaamse kant, en liet verstaan dat ze graag een japon uit kant zou bezitten. In 1744 kreeg ze een kanten kleed cadeau van de stad Gent. Omdat selfies en Instagram nog niet bestonden, liet ze zich in dit kleed vereeuwigen door haar hofschilder Martin van Meytens. Als dank schonk Maria-Theresia het schilderij aan de stad Gent. Het kleed werd gemaakt door de ‘Blauwe meisjes’ uit een Gents weeshuis en kostte 25.000 gulden, ongeveer 250 jaarlonen van een arbeider uit die tijd.

9. Vanaf de 19de eeuw wordt kant ook machinaal geproduceerd. Nottingham in Engeland was het eerste belangrijke centrum. Engelse machines en onderdelen werden naar het vasteland gesmokkeld. Hierdoor ontstond in Noord-Frankrijk een belangrijke industriële kantproductie in steden als Calais, Cambrai en Caudry. Kant uit Caudry wordt gebruikt door grote modemerken zoals Chabel, Ungaro, Elie Saab en Alexander McQueen.

Kanten kussenovertrek naar ontwerp van Isidore de Rudder. Zeesterren en zeewier verwijzen naar de Noordzee, de paling en snoek naar de IJzer. Collectie National Museum of American History

10. Tijdens de Eerste Wereldoorlog organiseerde de Amerikaanse Commission for Relief of Belgium voedselhulp voor de bevolking in het bezette België. Om hiervoor de nodige fondsen te verzamelen, verkocht de Commission onder meer Belgische kant met speciale motieven, zoals symbolen van de geallieerde landen, de wapenschilden van Belgische steden en provincies, of het koningshuis. Dit is de zogenaamde war lace.

Nog meer leren en zien? Mis dan de must-see tentoonstelling PiKANT! niet. Boek hier je tickets.

Vijf eeuwen cultuurgeschiedenis uitgekleed.Ontdek meer over deze unieke tentoonstelling »