Gemiddeld eten we één bankkaart aan plastic per week

Print
Gemiddeld eten we één bankkaart aan plastic per week

Foto: shutterstock

We eten gemiddeld 5 gram plastic per week. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de Australische Universiteit van Newcastle in opdracht van WWF. Vijf gram komt ongeveer overeen met het gewicht van een bankkaart.

Volgens het rapport, dat een compilatie is van vijftig studies over de menselijke inname van plastic, zou elk persoon ongeveer 2.000 deeltjes microplastic per week inslikken, of ongeveer 250 gram per jaar. Die kleine deeltjes kunnen onder meer van kunstmatige kledingvezels komen, van microbolletjes in sommige tandpasta’s, of van grotere stukken plastic die geleidelijk in kleinere stukken breken wanneer ze worden weggegooid en aan de elementen worden blootgesteld. We krijgen plastic voornamelijk binnen via water, vooral als het gebotteld is. Ook veel andere doordeweekse voedingsmiddelen als zeevruchten, bier en zout bevatten veel van de kunststof.

Toxicologische risico’s

Eerdere studies toonden al aan dat mensen deze deeltjes inslikken en -ademen, maar de Australische onderzoekers bepaalden ook de hoeveelheid. “Terwijl het bewustzijn groeit over het bestaan van microplastics en hun impact op het milieu, biedt deze studie voor het eerst een nauwkeurige berekening van de inname snelheden”, zei Thava Palanisami, professor aan de Universiteit van Newcastle. Dit zal volgens hem helpen om de mogelijke toxicologische risico’s voor mensen te identificeren.

Actie

Voor het WWF zijn de resultaten van de studie “een alarmsignaal voor de regeringen”. “Plastics verontreinigen niet enkel onze rivieren en oceanen, ze doden niet alleen het leven in zee, maar ze zitten in ieder van ons”, benadrukte Marco Lambertini, directeur-generaal van WWF International, in een verklaring. “Het is duidelijk dat het een wereldwijd probleem is dat enkel kan worden opgelost als we de oorzaken van vervuiling aanpakken: als we geen plastic willen in ons lichaam, moeten we de miljoenen tonnen stoppen die elk jaar in de natuur blijven belanden”, voegde hij eraan toe.

Hij riep op tot actie “op het niveau van regeringen, bedrijven en consumenten”, en tot een wereldwijd verdrag met nationale doelstellingen.