COLUMN: Juni

Print
Tessenderlo - Luce Rutten schrijft een column over het dagelijks leven in Tessenderlo.

Studenten denken er anders over, maar ik vind juni dé topmaand. De natuur pakt uit met haar mooiste kleuren en verleidelijkste geuren. Ze trekt haar feestelijkste outfit aan om het lengen van de dagen te vieren. Als het kon, zou ik de klok in juni trager laten tikken. Elke dag dank ik er de goden voor dat zij de ooievaar met mij naar dit fraaie plattelandsplekje stuurden. Dan ook nog een vader treffen die het tuinieren tot levenskunst wist te verheffen en die aanleg via de genen doorgaf… Het is maar de vraag of ik zoveel chance wel verdien. Wat het antwoord ook mag zijn, ik geniet met gretige graagte van al die privileges.

Nooit smaakte een appel sappiger of een pruim zoeter dan de vruchten die recht van vaders boom tussen mijn tanden belandden. Het jaar rond kwamen er bij ons thuis verse vitamines op tafel. In de winter werden ze aangevuld met voedzame oogst uit een legertje weckpotten die in slagorde paraat stonden op de kelderschappen. Tegen die slagkracht maakte onze honger geen schijn van kans. Onze pa speelde niet alleen hofleverancier voor zijn eigen gezin maar tussendoor ook voor familie, vrienden en buren. Bezoekers kregen steevast een boeketje, eieren of een zakje groenten en fruit mee. Toen zijn kinderen uitzwierven, hun eigen nederzetting vestigden en bevolkten, stak pa nog een tandje bij om de hele clan te blijven bevoorraden. Wij erfden van hem wel de groene kleur van onze vingers, maar hielden het liever bij een siertuin, met wat fruit en kruiden als surplus.

Het duurde vele jaren eer het woeste lapje grond waar ik met man en kinders neerzeeg het etiket tuin verdiende. Pa ging, geassisteerd door zijn schoonzoon, energiek de ijzerzandsteenlagen te lijf om plantgaten te veroveren voor struik en boom. Borders aanleggen met bloeiend kleiner grut werd algauw mijn hobby. We vertrokken van een doordacht basisplan, maar lieten de invulling ervan niet dirigeren door plantenboeken of catalogen. De groene paradijzen van onze vaders werden hoofdleverancier. Nakomelingen van het moois dat we daar bespeurden, verhuisden naar ons domein. Tientallen vrienden en collega’s vulden het aanbod gul aan. Soms ging zo’n geïmporteerd cadeautje wat te imperialistisch zijn gang en diende het te worden ingetoomd. Andere immigrantjes moesten dan weer worden aangespoord om te integreren. Wij hielden als overheid altijd wel een oogje in het zeil en corrigeerden waar nodig, maar gunden onze plantjes toch zo veel mogelijk de vrijheid om zich te settelen op een plekje naar hun zin.

Ik heb geen kalender nodig die me vertelt in welke maand we zijn aanbeland. Pa zaliger knipoogt me toe in de pioenen langs het pad. Zijn anjers strelen oog en neus. De achterkleinkinderen van zijn aardbeien staan bol van vitamientjes. Zijn achterkleinkinderen smullen ervan. Schoonpa monkelt in zijn Geitenbaard. Mijn maatje Ria reïncarneert als Juffertje in ’t Groen. Van alle kanten wuiven de kameraden met blad, kelk en kroon. Er is geen twijfel mogelijk. Het is juni. De vriendschap staat in bloei. Haar warmte stroomt door de dagen. Die rekken hun nek om niets van dat feest te missen. Fijne vadermaand, pa!


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio