COLUMN: Daar bij die molen

Print
Tessenderlo - Luce Rutten schrijft een column over het dagelijkse leven in Tessenderlo.

Tessenderlo is maar een Limburgse neus groot maar telt naast zijn centrum toch vier gehuchten. Om alle kerken in het midden te houden zet onze VVV elk van die vijf lapjes grond om de beurt een jaar in de kijker. Dit jaar is Berg de gelukkige. In april werden alle Bergbewoners uitgenodigd om in hun eigen feestzaal de start van het toeristisch seizoen mee te komen vieren. En vorige zondag was iedereen welkom op ‘De Berg Binnenste Buiten,’ een gegidste wandeling langs vijf locaties binnen de grenzen van het kleinste Looise gehucht. Natuurlijk was ondergetekende daar als de kippen bij. Ik mag dan wel een allochtoon in het kwadraat zijn, ingeweken vanuit het Centrum waar ik een inwijkeling uit Engsbergen bleef, intussen breng ik toch al meer dan de helft van mijn bestaan als Bergmens door.
Hét pronkstuk van ons minidorpje is zonder twijfel de eeuwenoude staakmolen. Hij begint een beetje te verzakken en zijn gewrichten kreunen, maar als veelvuldig opgelapte bejaarde houdt hij toch verbazend dapper stand. Elke eerste zondag van de maand mag hij publiek ontvangen. Dan zet hij zijn beste wiekje voor als didactisch materiaal bij het verhaal van een vrijwilliger-molenaar. In het achterliggende molenaarshuis vond de kunstkring een pittoresk onderdak onder de hanenbalken. Op het gelijkvloers is het Vlaams Kruis gehuisvest. Die bewuste 5 mei hielden ze daar, toeval of niet, de hele dag opendeur. Wie zoals wij argeloos het bijgebouw binnenstapte, belandde in een schrikwekkend plaats delict. Niet minder dan vijf slachtoffers lagen er roerloos gevloerd. Een bende dames in knalgele hesjes bekende zonder blozen schuld en daagde de bezoekers uit om AED-gewijs de bewustelozen weer tot leven te wekken. Mijn gezelschap - bang om meer brokken te maken dan te herstellen- verklaarde zich onbevoegd en glipte lafhartig naar buiten, waar Stenen Jef onbewogen als altijd vanop zijn hoge post over de dorpskern in het dal stond te waken, onwetend van wat er zich achter zijn rug afspeelde. Stenen Jef, zo noemt de volksmond het gigantische H.-Hartbeeld dat in 1981, bij de heraanleg van de laan die zijn naam draagt, naar de molensite werd verbannen. Geen kat weet dat hij hier zijn dagen slijt. Voordien torende hij fier midden op het toppunt van zijn straat en ieder die bergop toog keek vol ontzag naar hem op. Mathieu, de man van gemeenteraadslid Liliane Moonen, was destijds ooggetuige van de ontluisterende deportatie. Jef werd in drie stukken getakeld, aldus Mathieu. En het had heel wat voeten in de aarde eer de reusachtige kraan hem in de juiste positie te pakken kreeg. Alsof hij tegenspartelde, zich niet zonder slag of stoot gewonnen gaf. Alsof hij rook dat vergetelheid hem wachtte.
De Berggids loodste ons nog naar de brandweerkazerne en het heel aparte Sint-Barbarakerkje. Ook daar kregen we een boeiend verhaal te horen. Maar bij het aperitiefje waarmee de rondleiding afsloot dwaalden mijn gedachten weer naar die arme Jef. Zo’n geliefde figuur die in alle stilte uit de weg werd geruimd… Welke detectiveserie zou die cold case willen uitklaren?


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio