177 bezwaarschriften uit binnen- en buitenland tegen opheffing bescherming kolenwasserij

Print
177 bezwaarschriften uit binnen- en buitenland tegen opheffing bescherming kolenwasserij

Foto: Raymond Lemmens

Beringen -

In Beringen eindigde vandaag het openbaar onderzoek over de gedeeltelijke opheffing van de bescherming van de kolenwasserij. Op dit moment telt de stad 177 bezwaarschriften. Die zijn niet alleen in Beringen ingediend, maar ook in Nederland, Engeland, Frankrijk, Luxemburg, Spanje en zelfs één uit Rusland. Online doet ook een petitie de ronde. Daarop tekenden al meer dan 1.000 mensen in.

LEES OOK. Opheffing bescherming kolenwasserij krijgt ook internationale aandacht

Ook de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP vzw) en diverse stedenbouwkundige bureaus hebben samen een bezwaarschrift ingediend tegen de opheffing van de bescherming van de kolenwasserij in Beringen. Het openbaar onderzoek liep tot dinsdag en leverde al 177 bezwaarschriften uit binnen- en buitenland op.

Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA), bevoegd voor Onroerend Erfgoed, ondertekende op 20 december 2018 het besluit om de bescherming van delen van de kolenwasserij op te heffen. Dat is voor de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP vzw), Stramien CVBA, Buur en OMGEVING onaanvaardbaar en reden om samen een bezwaarschrift in te dienen. Zij vertegenwoordigen samen naar eigen zeggen de grootste groep van ruimtelijke planners in Vlaanderen.

Met het bezwaarschrift willen de experten de grote waarde en het belang van erfgoed benadrukken. “Vanuit een volgehouden streven naar kwaliteitsvolle en duurzame ruimtelijke ontwikkelingen, vinden we dit voorstel onaanvaardbaar”, klinkt het. “De kolenwasserij is een monument dat een unicum in Europa is en het potentieel heeft om op internationale schaal een voorbeeld te vormen voor hoe met industrieel erfgoed moet worden omgegaan.”

De ruimtelijke planners maken zich sterk dat er onvoldoende of geen ruimtelijke belangen zijn die de opheffing van de bescherming en de sloop van een deel van het patrimonium zou verantwoorden. Volgens de partners is er nood aan verder onderzoek van de herbestemmingsmogelijkheden, de staat van de gebouwen en de financiële mogelijkheden.