Viviani droomt van succes in Milaan-Sanremo: “Maar ik ga niet vragen aan Alaphilippe om niet aan te vallen op de Poggio

Print
Viviani droomt van succes in Milaan-Sanremo: “Maar ik ga niet vragen aan Alaphilippe om niet aan te vallen op de Poggio

Foto: Photo News

Elia Viviani start zaterdag voor de zesde keer in Milaan-Sanremo. Verder dan een negende plaats in 2017 kwam hij nog nooit. “La Primavera is de enige klassieker voor sprinters”, zegt hij, “natuurlijk droom ik van deze koers.”

Klik hier voor onze digitale wielergids.

Viviani sprak met veel liefde over het Italiaanse monument na zijn zege in Foligno in de Tirreno-Adriatico, zijn vierde al van het seizoen. “Ik denk dat elke Italiaanse renner droomt van La Primavera”, zei hij, “en een sprinter mag er ook ambitie hebben. Dat is het verschil met andere monumenten, hier maakt een sprinter ook een kans. Gent-Wevelgem is mooi, maar daar moet je nog iets meer dan ‘sprinter’ zijn om te kunnen winnen.”

“Ik tankte vertrouwen de voorbije weken, ik voel me goed en met de Tirreno in de benen zal ik klaar zijn om die wedstrijd van 300 km af te werken. Het is een belangrijke dag voor mij, maar het is niet dat ik me gek laat maken in mijn hoofd om er te winnen. Ik wil genieten van die koers en op een dag eens juichen. Ik denk dat ik daartoe in staat ben en ik gun mezelf daartoe de tijd”, sprak hij rustig. “Ik weet dat ik nog nooit dicht bij de zege was en het niet gemakkelijk zal worden, maar ik geloof er in. Ik werd ook olympisch kampioen op de piste zonder dat ik veel adelbrieven kon voorleggen, alle puzzelstukjes moeten in elkaar vallen en dan maak ik kans.”

Viviani kan terugvallen op een sterke ploeg, met meerdere troeven, zoals Julian Alaphilippe en Philippe Gilbert. “Dat is onze sterkte. We komen allemaal goed overeen. Ik ga niet vragen aan Julian om niet aan te vallen op de Poggio”, lachte hij. “Hij moet vooral doen waar hij goed in is. En als iemand anders aanvalt op de Poggio, is het aan hem om te volgen of iemand anders van de ploeg. En als het toch tot een sprint komt, dan is het aan mij. We hebben lessen getrokken uit de wedstrijd van vorig jaar en moeten die kennis nu gebruiken.”

Overigens sprak de Italiaan zich toen ook uit over de nieuwe dopingzaak in het wielrennen ‘Operatie Aderlating’, toen hem de vraag werd gesteld. “Wat me angst aanjaagt, is dat sommigen nog altijd denken aan doping, dat ze het nog altijd doen. Een gans team kan door zo’n fout op de fles gaan, dus ik begrijp echt niet dat er nog renners doping gebruiken.”

“Ik ben prof geworden in 2010, in een periode na alle grote schandalen”, ging hij verder. “Ik behoor samen met veel andere renners tot een andere generatie. Ik ben blij dat ik tien jaar geleden prof kon worden, toen het wielrennen al veranderd was. De schrik zat er toen ook in om iets fout te doen, het werd je toen duidelijk gemaakt dat één fout grote gevolgen kon hebben voor iedereen van de ploeg.”

Viviani herhaalde nog eens wat hij de voorbije jaren al vaker zei over doping. “Jonge renners kunnen nu al meteen winnen. Het is een teken dat het peloton proper is. Prof worden is nog altijd een grote stap, maar het feit dat jonge renners meteen voor de zege kunnen meedoen, is een teken dat je resultaat kan halen met hard werk en talent.”