COLUMN De droevigste rij van Hasselt

Al sinds augustus staan er in de tunnel onder onze Hasseltse treinperrons enkele borden. ‘In de rij staan voor een ijsje, ok,’ staat erop, ‘Maar niet voor je schoolabonnement!’ Ik vraag me af wanneer ze het ijs gaan overplakken met een beker warme choco. Maar goed.

Jan-Willem Smeyers

Regelmatig moest ik sindsdien wél denken aan deze reclameboodschap. Als ik, in warmer tijden, met mijn kinderen bij één van onze Hasseltse ijskramen stond bijvoorbeeld. Bij uitstek toen de stadsgenoot voor mij vijf bollen bestelde, in chocolade gedoopt en met slagroom erbovenop, en mijn kinderen hun eigen twee bollen plots niet veel, maar weinig vonden. Of als de rij achter mij stond, en mijn kinderen voor ze konden kiezen, eerst alle kaartjes moesten lezen, vervolgens even overleggen wie wat zou nemen, en dan pas bestelden, terwijl de volgende ijseter in mijn rug stond te smachten.De ene rij is inderdaad de andere niet. Je hebt de rij bij het loket, wanneer je de trein moet halen. De rij voor een bus waar nog maar enkele vrije zitplaatsen zijn. De rij bij het zwembad, op de zwoelste zomerdag: een voorsmaakje voor wat binnen volgt. Er is de rij achter iemand die blijft discussiëren. De rij om drank, chaotisch over de hele toog verspreid. Er is de rij op de markt, achter iemand met een eindeloze lijst: hoe krijgt ze dat in godsnaam allemaal op? Er is de duffe rij van nutteloosheid, wanneer je bij één of andere administratie wacht om een nietszeggend document te mogen ontvangen. Maar ook de rij van verwachting: een pakje bij het postpunt ophalen. Of het betreden van een concertzaal. De rij bij de dokter, verspreid over stoelen. Het moment dat je een rij moet kiezen in de supermarkt. De rij bij het toilet, steeds dichterbij de verlossing.Deze week zag ik de droevigste rij van Hasselt. Het was een grauwe dag: grijs en koud. Het miezerde. Ik fietste over het Dusartplein. Ik moest ver uitwijken voor een lange, lange rij bij de ingang van de ondergrondse parkeergarage. Een dertigtal mensen, waarvan het merendeel in de regen, wachtten om te mogen betalen voor hun geparkeerde auto. Beladen met boodschappen, miezerig druipend van de regen. Ik bleef even staan om te kijken, want ja: zelfs in deze omstandigheden wordt mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Het ging verbazend langzaam vooruit. Ik dacht: “In de rij staan voor een ijsje, ok. Maar niet voor een parkeerticket, in de regen en de kou, met je boodschappen, onder het gedender van auto’s en bussen.”Ik reed verder, plots blij op mijn fiets, het Dusartplein over. Misschien tergde ik de weergoden met mijn glimlach. Want plots werden de druppels harder en groter. In enkele tellen begon het te gieten. Ik reed, aan de andere kant van het plein, recht de tweede ingang van de ondergrondse parkeergarage in, om te schuilen. Twee vrouwen namen een ticketje aan de automaat. Verder was hier niemand. Ik keek achterom naar de talrijke wachtenden aan de andere automaat, niet eens zoveel verderop. De rij werd steeds droeviger, in mijn ogen.“Ja … dat zijn de shoppers,” sprak één van de vrouwen mij lachend aan. “Die hebben niet door dat hier ook een automaat staat.”“Ja … voorrang voor échte Hasselaars,” giechelde de andere.Kijk … om zoiets kan ik werkelijk dagen lang lachen. Het kleine pleziertje bij die Hasseltse vrouwen, tegenover de droevigste rij ooit: geweldig! De komende maanden rijd ik met een brede glimlach over het Dusartplein: let er maar op!

Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio