Lidstaten hebben bedenkingen

“EU zal volgend jaar nog niet kunnen beslissen over afschaffen zomer- en winteruur”

Print
“EU zal volgend jaar nog niet kunnen beslissen over afschaffen zomer- en winteruur”

De Europese Unie zal volgend jaar nog niet kunnen beslissen om de switch tussen zomer- en winteruur te schrappen. Dat heeft de Oostenrijkse minister van Transport Norbert Hofer maandag gezegd. Hij en zijn Europese collega-ministers zijn maandag en dinsdag in het Oostenrijkse Graz voor een informele vergadering.

Uit een online bevraging eerder dit jaar bleek dat de meeste Europeanen de tweejaarlijkse overschakeling tussen zomer- en winteruur willen schrappen. De Europese Commissie hoopte dat tegen volgend jaar door te drukken, maar zo’n vaart lijkt het niet te lopen.

Bedenkingen

De Europese Unie zal de switch tussen zomer- en winteruur volgend jaar nog niet kunnen schrappen, “omdat een aantal lidstaten bedenkingen hebben”, zei de Oostenrijkse minister van Transport Norbert Hofer maandag in Graz, waar de Europese ministers van Mobiliteit en Milieu de kwestie bespreken. Volgens Hofer, die de gesprekken leidt omdat zijn land de Europese Raad momenteel voorzit, gaat het om “twee of drie lidstaten” die de veranderingen nog niet in 2019 willen doorvoeren. Volgens die landen vragen de technische voorbereiding van een omschakeling, onder meer voor de luchtvaartsector, zeker 18 maanden tijd.

“Een compromis is nodig”, zei Hofer nog, “omdat we een lapwerk aan verschillende tijdzones in de EU moeten vermijden.”

België steunt de afschaffing, al wil de regering wel eerst nog een niet-bindende bevraging organiseren over de keuze tussen de zomer- of de wintertijd. Ons land wil zich alvast engageren om dezelfde keuze te maken als Nederland en Luxemburg, zodat er al minstens binnen de Benelux geen tijdsverschillen ontstaan.