Oud-politiek journalist Hugo De Ridder (86) overleden

Print
Oud-politiek journalist Hugo De Ridder (86) overleden

Foto: Jimmy kets

Oud-politiek journalist bij De Standaard Hugo De Ridder is overleden. De Ridder werd 86 en staat vooral bekend als onderzoeksjournalist en auteur van het boek ‘De keien van de Wetstraat’.

Hugo De Ridder werd in Antwerpen geboren op 18 juni 1932. Hij liep school in het Xaveriuscollege in Borgerhout en volgde Wijsbegeerte en Letteren in Namen en Leuven. De Ridder begon in 1954 als secretaris bij het Instituut voor Documentatie.

In 1961 werd De Ridder secretaris van Leo Tindemans, op dat ogenblik partijsecretaris van de CVP. In 1966 begon hij als redacteur van De Standaard waar hij faam verwierf als onderzoeksjournalist. Tien jaar later werd hij er chef van de politieke redactie.

Bij het faillissement van De Standaard en de overname door de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM) in 1976 speelde hij volgens De Standaard samen met Manu Ruys “een belangrijke rol in het waarborgen van de identiteit en de autonomie van de krant”. In 1990 diende hij zijn ontslag in.

Hij schreef vanaf de jaren 80 diverse onthullende boeken over de Belgische politiek. In “Omtrent Wilfried Martens” (1991) bijvoorbeeld onthulde hij in 1991 het bestaan van “de gesprekken van Poupehan” tussen Wilfried Martens, vakbondsleider Jef Houthuys, bankier Hubert Detremmerie en Fons Verplaetse, de latere voorzitter van de Nationale Bank. Andere belangrijke boeken waren “De Keien van de Wetstraat” (1982), “Sire, Geef me Honderd Dagen” (1989) en “De Strijd om de 16” (1993).

Archief

In 2012 maakte hij zijn archief en documentatie over aan het Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving (KADOK) aan de KU Leuven. “Het bestand vormt een schitterende, aanvullende onderzoeksbron, zeker in tijden van verschraling van persoonlijke archieven van politici”, aldus het KADOC. De archieven beslaan 40 jaar nationale politiek en bevatten onder meer enkele dossiers over schandalen (RTT, Belgische ziekenfondsen) die De Ridder als redacteur van De Standaard uitspitte.

Het leeuwendeel van de bundels heeft betrekking op de voorbereiding van zijn boeken. Zo zijn er tientallen interviews (uitgetypt of op geluidsband) met prominenten die samen met vertrouwelijke nota’s en brieven en informatie uit de wandelgangen de basis vormden voor de publicaties van De Ridder over de Belgische politiek. Het archief omvat voorts documenten ter ondersteuning van de memoires van onder meer Leo Tindemans en Wilfried Martens.

Over zijn archief zei De Ridder in een interview met Knack in 2015 dat het gaat om “een uitgetikte neerslag van een groot aantal tapes met uiterst confidentiële gesprekken”. “Ze beslaan zowat de hele naoorlogse periode, tot het premierschap van Yves Leterme en zelfs later. Ze werpen een totaal ander en niet altijd even positief licht op sommige politieke gebeurtenissen en politici.”

In dat interview met Knack meldde De Ridder dat hij lang heeft getwijfeld of hij die nota’s niet beter zou verbranden. Uiteindelijk maakte hij alle documenten over aan het KADOC. “Pas tien jaar na mijn dood mogen ze geraadpleegd worden, en alleen voor wetenschappelijk onderzoek door bonafide historici”, voegde hij eraan toe.

De Ridder beschouwde zichzelf als “terughoudend”. “Als journalist ben ik altijd terughoudend geweest. Over PS-minister Guy Mathot schreef ik hooguit dat hij op de ministerraad verscheen omringd door ‘een scherpe geur van vrouwenparfum’. Verder ging ik niet”, zei hij in Knack.