Kinderen met autisme moeten tot bijna twee jaar wachten voor intakegesprek

Print
Kinderen met autisme moeten tot bijna twee jaar wachten voor intakegesprek

Foto: BELGAIMAGE

Sommige kinderen en jongeren moeten bij de referentiecentra voor autisme (RCA) erg lang wachten voor ze hun eerste gesprek krijgen met een hulpverlener. In de meest extreme gevallen loopt de wachttijd tussen de aanmelding en dat eerste intakegesprek op tot 22 maanden. Dat blijkt uit cijfers die N-VA-parlementslid Lorin Parys heeft opgevraagd bij minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V).

In België is er één federaal diagnosecentrum voor autisme en zijn er vijf Vlaamse diagnosekanalen. Dat zijn de centra voor ontwikkelingsstoornissen (COS), de referentiecentra autisme (RCA), de centra geestelijke gezondheidszorg (CGG), de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB), de centra ambulante revalidatie (CAR) en de kind- en jeugdpsychiatrie.

N-VA-parlementslid Lorin Parys wilde weten hoeveel kinderen en jongeren er via die kanalen de diagnose autisme krijgen. Volledige cijfers kan minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) niet geven, wel gedeeltelijke. Zo zijn er bij de centra voor ontwikkelingsstoornissen vorig jaar 4.726 onderzoeken uitgevoerd, en werd er bij 762 kinderen of jongeren autisme of een vorm van autisme vastgesteld.

Ook van een aantal referentiecentra autisme (RCA) zijn er cijfers, maar opvallender daar zijn de soms lange wachttijden tussen de aanmelding en het intakegesprek met een hulpverlener. Voor kinderen tot zes jaar blijven die wachttijden meestal beperkt tot enkele weken of maanden. Maar in de categorie van 7 tot 18 jaar lopen die wachttijden op. Zo bedraagt de gemiddelde wachttijd in het RCA Brussel 10 maanden, in RCA Antwerpen 12 maanden en in RCA Leuven zelfs 22 maanden.

“De plek van je wieg mag nooit bepalen hoelang je op zorg moet wachten. Maar dat is nu wél het geval. Als je vermoedt dat je kind autisme heeft, moet je voor een diagnose bij een referentiecentrum in Leuven soms meer dan twee keer zo lang wachten als in Brussel. Dat is onaanvaardbaar”, stelt N-VA-parlementslid Lorin Parys.

Ingezet op detectie bij de jongsten

Minister Vandeurzen erkent dat de wachttijden voor die leeftijdsgroep oplopen. Hij wijst erop dat er bewust voor gekozen is om in te zetten op snellere detectie bij de jongste leeftijdsgroepen. “We hebben er onlangs voor gekozen om de Centra voor Ontwikkelingsstoornissen (COS) die zich richten op baby’s, peuters, kleuters en jonge kinderen met (het vermoeden van) een ontwikkelingsstoornis of ontwikkelingsvertraging te versterken. Hiervoor hebben we 900.000 euro uitgetrokken”, klinkt het.

“Het is immers belangrijk dat we zo snel mogelijk en op zo jong mogelijke leeftijd ingrijpen. Dit is een duidelijke beleidskeuze, rekening houdend met de beperkte budgetten, die op langere termijn zal lonen”, aldus Vandeurzen.

“Dat is een goede zaak”, reageert Lorin Parys. “Het is voor ouders en kinderen belangrijk om snel een juiste diagnose te hebben, zodat ze een kind snel kunnen helpen. Bijvoorbeeld met aangepast onderwijs of door het creëren van een prikkelarme omgeving.”

Veel vaker diagnose autisme in Leuven

Parys wijst er ook op dat het aantal positieve diagnoses sterk verschilt tussen de verschillende referentiecentra, gaande van 30 procent (RCA van Campus Inkendaal) tot 82 procent (RCA Leuven). “Dat zijn grote verschillen”, aldus Parys. Volgens het kabinet-Vandeurzen kan een deel van de verklaring liggen in het feit dat het RCA Leuven zich duidelijk positioneert op de derde lijn en dus kinderen en jongeren krijgt doorgestuurd met een sterker vermoeden van autisme.

Nog een opvallende vaststelling: “Vlaanderen heeft geen zicht op de dubbele dossiers bij de verschillende centra. Nu kan het perfect dat ouders met hun kind bij verschillende centra aankloppen zonder dat die centra dat van elkaar weten. Daar moeten we ingrijpen zodat we als overheid een goed overzicht bewaren,” zegt Parys.

“Een terechte bezorgdheid”, zegt minister Vandeurzen. “Doordat er verschillende registratiesystemen zijn weten we niet in welke verschillende settings een jongere een diagnostisch traject doorloopt”, klinkt het. “Zonder de keuzevrijheid van de cliënt te beperken, willen we hier vanuit het beleid mee op inzetten”, besluit de CD&V-minister.