© Bert Hulselmans

Vakbonden reageren op zaak-Fabre: “Gaat niet over een individueel geval, maar een toxische cultuur”

Dat twintig (ex-)medewerkers en stagiairs in een open brief kunstenaar Jan Fabre beschuldigen van grensoverschrijdend gedrag, verbaast de socialistische bediendebond niet. “Dit gaat niet over een individueel geval maar een toxische cultuur, vandaar dat een open dialoog nodig is.” De christelijke vakbond LBC wijst dan weer op het hoge aantal tijdelijke contracten in de sector.

Volgens Robrecht Vanderbeeken, algemeen secretaris ACOD Cultuur, is het algemeen bekend dat de methodologie bij Fabre veeleisend is qua lichamelijkheid en uithouding. “Dansers zijn bereid ver te gaan, op voorwaarde dat er respect is. Daar loopt het mis, en dat dit misloopt is ook een publiek geheim in de theaterwereld. Maar wat moet je als freelancer doen in zo’n toxische structuur?”, reageert hij.

Volgens de vakbondsman ging de bal aan het rollen toen danseres Ilse Ghekiere vorig jaar het stuk ‘#Wetoo: waarover dansers spreken wanneer ze spreken over seksisme’ publiceerde op rekto:verso, de website die ook de open brief publiceerde. Ghekiere opende een internationale facebook-groep om zaken te bespreken en startte de beweging Engagement. “De beweging Engagement gaf een momentum aan de dansers om solidair te werken en de moed te vinden samen iets te doen. Wie de voorstellingen kent, weet dat het om sterke vrouwen gaat, die zeggen dit dus niet zomaar”, aldus Vanderbeeken. De vakbond werkt al langer samen met Ghekiere en collega’s, klinkt het.

LBC: “Te hoge drempel door vele tijdelijke contracten”

Omdat 80 procent van de mensen in de sector met tijdelijke contracten werkt, is de drempel vaak te hoog om grensoverschrijdend gedrag aan te kaarten. Dat zegt Ine Hermans, sectorverantwoordelijke podiumkunsten en cultuur van de christelijke bediendebond LBC, dan weer.

“We willen dat in de sector het debat gevoerd wordt en dat de risicofactoren goed in kaart gebracht wordt”, zegt Ine Hermans. Het gaat dan bijvoorbeeld om de “precaire situatie” waarin vele medewerkers zich bevinden. Tachtig procent werkt bijvoorbeeld met een tijdelijk contract en hangt voor nieuwe opdrachten dus af van audities. “Dan is de schrik er om ‘neen te zeggen’, om een kritische stem te laten horen.”

Maar er zijn ook andere risicofactoren. Zo zijn de werkomstandigheden bijvoorbeeld vaak niet alledaags: lange werkdagen en veel samen op de baan of bijvoorbeeld het gebruik van het lichaam bij dansers. Er is wel al een actieplan opgemaakt tegen grensoverschrijdend gedrag in de cultuursector, voegt ze nog toe.

Hermans vraagt ook een “laagdrempelig aanspreekpunt” in de sector. Ook moet er meer sociaal overleg komen omdat er veel kleine organisaties en gezelschappen zijn, zonder vertegenwoordigers van de bonden. “Als het daar misgaat, moeten de mensen zelf hun nek uitsteken, met alle risico’s van dien.”

Meer over Jan Fabre