© ISOPIX

Sven Gatz: “Als dansers moeten ingaan op avances voor een solo, is er een enorme grens overschreden”

Minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) zegt de beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag aan het adres van Jan Fabre “heel ernstig” te nemen. Twintig (voormalige) werknemers geven aan grensoverschrijdend gedrag te hebben ervaren bij Troubleyn, het dansgezelschap van de kunstenaar en theatermaker. Gatz heeft zijn administratie de opdracht gegeven om na te gaan wat er binnen het gezelschap precies gebeurd is.

pvm, jvh

“Ik ben tien dagen geleden al ingelicht over de klachten aan het adres van Fabre. Een klacht van twintig mensen is niet niks, bovendien worden de feiten heel gedetailleerd beschreven. Dit lijkt dus ernstig, en we nemen dit dan ook heel ernstig”, zei Gatz donderdag in De Ochtend op Radio 1.

“Natuurlijk is niemand schuldig tot het tegendeel is bewezen. Mijn administratie gaat deze zaak grondig onderzoeken, uiteraard met de toepassing van hoor en wederhoor. Het arbeidsrecht moet te allen tijde toegepast worden, en grensoverschrijdend gedrag valt daar juridisch gezien ook onder. En uiteraard is het niet alleen aan de Vlaamse overheid dit te onderzoeken. Ik sluit niet uit dat ook het gerecht en de sociale inspectie in actie schieten”, vervolgde Gatz.

Het departement Cultuur, Jeugd en Media zal de zaak nu onder de loep nemen. “Een doorlichting door mijn administratie geeft de mogelijkheid om alle partijen aan het woord te laten. Ik wacht de conclusies van mijn administratie af om eventueel verdere stappen te ondernemen,” zegt Gatz in een mededeling.

Troubleyn

Volgens de minister van Cultuur kunnen nog meer mensen dan Fabre het voorwerp worden van zo’n onderzoek. “In de brief staat letterlijk dat er binnen Fabres gezelschap Troubleyn een zwijgcultuur heerst, van ‘het werkt hier zo, en niet anders’. Er zouden dus meer mensen betrokken zijn, en dat baart me enorm zorgen. Dit gaat niet alleen over Fabre, maar over zijn volledige gezelschap.”

Mocht het grensoverschrijdend gedrag bewezen worden, dan is het volgens Gatz echter “wettelijk niet mogelijk” de subsidies terug te vorderen die zijn gezelschap de afgelopen jaren ontving.

Lichamelijkheid

In juni maakte Gatz nog de studie van de UGent bekend waaruit bleek dat één op de vier vrouwen uit de cultuur- en mediasector het voorbije jaar ongewenste fysieke of seksuele intimiteiten ervaarde. Vier procent zei dat ze gedwongen of gechanteerd werden om seksueel contact te hebben. Naar aanleiding van die resultaten stelde de minister samen met de sectoren en de vakbonden, een actieplan voor om de problematiek aan te pakken.

Gatz: “Lichamelijkheid is erg belangrijk in de danssector, dus misschien is het net geen toeval dat het daar zo vaak voorkomt. Maar er zijn natuurlijk grenzen. Als mensen geen solo’s mogen dansen als ze niet ingaan op avances, is er natuurlijk een enorme grens overschreden.”

Meer over Jan Fabre